Reacties van deelnemers

Wat nemen we mee naar huis?

De week zit erop. Wat nemen de deelnemers van de slotbijeenkomst mee naar huis en wat moet er wat hen betreft hoog op de agenda? Vijf reacties.

José Manshanden, directeur GGD Amsterdam

Jose Manshanden

‘Hoe benutten we alles wat we hebben?’

“Alles wat we nu bespreken is zo belangrijk dat het gisteren al geregeld had moeten zijn. We moeten het lef hebben om uitzonderingen te maken op de regels. We hebben ons zorgsysteem echt ingewikkeld gemaakt. Er is heel veel, maar hoe weten we wat er allemaal is? Hoe benutten we dat? En hoe werken we goed  samen? Je gaat pas samenwerken als je elkaar kent. Op bijeenkomsten als deze vinden we antwoorden. Ik ben erg onder de indruk van de week. De gesprekken, de aanbevelingen, de inbreng van de ervaringsdeskundigen en de opgedane inzichten tijdens de serious game. Echt heel goed.”

Lilian Tham, directeur-bestuurder MOC ’t Kabouterhuis

Lilian Tham

‘We zijn keigoed bezig!’

“Gezonde en Kansrijke Start is een fantastisch mooi programma. Alleen heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport er geen rekening mee gehouden dat een goed programma als dit leidt tot een groter volume aanvragen voor jonge kinderen. Daar is dus geen geld voor beschikbaar. Gevolg is enorme wachtlijsten. Alle gemeenten zitten met hun handen in het haar. Ze hebben allemaal structureel meer geld nodig voor het jonge kind. Er wordt dus erg veel gevraagd van ons. De urgentie wordt goed gevoeld. En die moeten we uitdragen. Maar ondanks de groeiende problemen, moeten we niet vergeten dat we keigoed bezig zijn. Want dat zijn we echt: keigoed bezig!”

Antje Martje Bakker, directeur EVAA

Antje Martje Bakker

‘Zet deze groep niet weg als kwetsbaar’

“Wat hard nodig is? De hulp moet echt toegankelijker worden. Laten wij hier afspreken dat we elkaar als bestuurders en hulpverleners allemaal binnen een jaar kennen. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat we als zorgprofessionals het normaal vinden de vrouw, het gezin en hun leefomstandigheden standaard mee te nemen om zo de juiste begeleiding te kunnen bieden. Zorg en welzijn kunnen niet meer als aparte zaken gezien worden. Door de stadspas kunnen specifieke doelgroepen benaderen en actief voorzieningen aanbieden. En laten we deze groep niet wegzetten als kwetsbare zwangeren. Ze zijn superkrachtig in uitdagende omstandigheden.”

Antje Martje Bakker

Sascha Steinmann, programmamanager Buurtteams Amsterdam

Sascha Steinmann

‘Jonge moeders beter in vizier krijgen’

“Dit is een belangrijke week. We werken op zoveel verschillende werkterreinen, dat het goed is van elkaar te leren en elkaar te ontmoeten rond de vraag: hoe kunnen we het beter doen? Als Buurtteams Amsterdam hebben we de doelgroep jonge zwangeren en jonge moeders minder goed in het vizier. Maar we realiseren ons dat we door ons wél op deze doelgroep te richten het verschil kunnen maken in de verdere levensloop van jonge kinderen. We werken al wel samen met de Ouder- en Kindteams uit de Jeugd GGZ, maar we moeten breder kijken. Ik kom daarom graag in contact met collega’s uit de verloskunde en kraamzorg. Kennen zij de Buurtteams? Waar lopen ze tegenaan? Zien zij het als hun rol signalen op te pakken en aan wie geven ze die door? Ik hoop dat we meer voor elkaar kunnen gaan betekenen.”

Jurre van de Kamp, directeur Stichting Samen Is Niet Alleen (Sina)

‘Huisbezoek vervroegd naar -9 maanden’

“Het is heel goed om elkaar beter te leren kennen op zo’n dag als vandaag. We moeten alleen voorkomen dat we maandag weer opgeslokt worden door onze mailbox. Wat is er nodig? Onze cliënten moeten doorverwezen worden naar de juiste plekken waar ze hulp krijgen. Organisaties als Sina kunnen daar zeker bij helpen. Wij zijn erop gericht om mensen met praktische zaken te helpen. We doen nu 1.500 huisbezoeken per jaar en komen ook bij mensen die net een kindje hebben gekregen. We hebben naar aanleiding van het programma Gezonde en Kansrijke Start besloten de ´leeftijd´ voor huisbezoeken te verlagen naar -9 maanden. Zodat vrouwen tijdens hun zwangerschap al praktische hulp kunnen krijgen en niet pas als ze bevallen zijn.”