Stadsdeelbijeenkomst Zuidoost, No Limit

‘Veel ouders zijn huiverig voor instanties’

Kijk niet alleen naar de kwetsbaarheid van de mensen in Zuidoost, maar zie ook hun talenten. Met die hartenkreet trapte stads­deel­voorzitter in Zuidoost Tanja Jadnanansing de bijeenkomst af over bestaansonzekerheid tijdens de eerste 1000 dagen van het kind in Zuidoost.

Jadnanansing hoopt dat de wijsheid van de gemeenschap aangeboord wordt. Al die bemoeiopa’s en oma’s, tantes en ooms waar het stadsdeel vol mee zit, moeten ingezet worden in de strijd tegen bestaansonzekerheid. Die bemoeizucht had ervaringsdeskundige Sylvia een hoop onheil in haar jeugd kunnen besparen.

Sylvia vertelt de tientallen zorg- en hulpverleners uit Zuidoost over alle signalen die jarenlang niet werden opgepikt, maar eigenlijk wel zichtbaar waren. Signalen van een klein meisje dat verwaarloosd en mishandeld werd.

‘Al die bemoeiopa’s en oma’s, tantes en ooms waar het stadsdeel vol mee zit, moeten ingezet worden in de strijd tegen bestaansonzekerheid'

De inmiddels volwassen vrouw maakt samen met dagvoorzitter Jamie Tio op de fiets een virtueel rondje langs verschillende hulporganisaties in Zuidoost. Olga de Deckere van SAG Gezondheidscentra Venserpolder is de eerste die ze bezoeken. SAG houdt zich bezig met kinderen van 0 tot 4 jaar die soms in moeilijke omstandigheden verkeren. De Deckere en haar collega’s gaan op huisbezoek bij zorgmijders en werken nauw samen met verloskundigen. Want die kunnen ervoor zorgen dat de moeders in kwestie ook echt bij het Gezondheidscentrum terechtkomen. Dat is hard nodig, want veel ouders zijn huiverig voor instanties.

Eerste aanspreekpunt

Het Buurtteam Bijlmer-Centrum van Zandra Wilson is de tweede stop. Het buurtteam is het eerste aanspreekpunt voor de wijk. Het meest urgente probleem dat Wilson rondom de zwangerschap ziet, is huisvesting. Zwangere jonge vrouwen die niet in hun kamer mogen blijven wonen omdat ze zwanger zijn. Vervangende huisvesting is vaak niet te vinden. Sommigen komen dan met baby terecht bij een ander gezin of op de bank bij een vriendin.

Ten slotte bezoeken Tio en Sylvia Stichting Samen Is Niet Alleen (Sina). De stichting fungeert als brug tussen gezinnen en de voorzieningen. Teamleider Maaike Neys gaat veel op huisbezoek bij jonge gezinnen. Tijdens dat gesprek thuis wordt vooral gekeken naar de zelfredzaamheid en wat er aan spullen ontbreekt. Als er iets niet is, dan regelt Sina dat.

Bij alle drie staat er wel iets op de wensenlijst voor de zorg rondom de moeder en haar jonge kind. Zo wil De Deckere dat het kinddossier uitgebreider ingevuld wordt. Dat daar bijvoorbeeld ook in bijgehouden wordt wat bekend is over de overige familieleden, want misschien heb je hen een keer nodig. Wilson heeft vooral behoefte aan huisvesting en Neys hoopt dat het opgeheven luierfonds weer in ere hersteld kan worden.

‘Informele organisaties moeten veel beter aangesloten worden op de formele zorg en andersom’

Zorgkaart up to date

Ook de overige zorg- en hulpverleners mogen een wens- en actielijst maken. In groepjes bedenken ze wat ze missen en zelf kunnen veranderen en wat ze nodig hebben van beleidsmakers en bestuurders. En wat ze zelf beter kunnen doen. Zelf zouden ze te allen tijde echt moeten luisteren naar het verhaal van de zwangere vrouw of jonge ouders. Niet direct vertellen want je wel en niet kunt betekenen maar eerst luisteren naar hun verhaal. Daarmee bouw je het zo broodnodige vertrouwen op. Daarvoor is ook tijd nodig en dat ontbreekt bij sommige organisaties. Ook vinden ze dat ze beter kunnen samenwerken, maar dat begint bij weten dat de ander bestaat. De gemeentelijke zorgkaart moet dus up to date zijn en blijven. Een puntje voor de gemeente, vinden ze. Zeker nu is dat broodnodig, want door de coronapandemie is iedereen elkaar kwijtgeraakt.

Wat ook niet meewerkt is dat de eigen kennis te snel veroudert omdat de zorg en hulp te snel verandert sinds de decentralisatie van de zorg. Te veel nieuwe organisaties die elkaar deels overlappen, te veel nieuwe regels, personele veranderingen en verandering van aanpak en financiering. Hulpverleners kunnen het niet bijhouden en durven hun cliënten daardoor niet te adviseren om teleurstellingen te voorkomen.

Informele organisaties laten aansluiten

Het afgenomen vertrouwen in de politiek en instanties baart ook zorgen. Dat zorgt voor een slechtere bereikbaarheid van de groep die het juist zo nodig heeft. En het levert ook directe gezondheidsrisico’s op. Informele organisaties moeten ook veel beter aangesloten worden op de formele zorg en andersom. En datzelfde geldt voor kerkelijke organisaties en moskeebesturen. Ook daar zitten veel mensen die kunnen helpen en die het netwerk versterken.

‘Alles begint met een dak boven het hoofd en eten’

En zo volgen er nog meer actiepunten en aanbevelingen die de zorg in de eerste 1000 dagen kan verbeteren. Maar, besluit een GGD-medewerker: “We kunnen nog zo goed samenwerken. Alles begint met een dak boven het hoofd en eten. Als die twee basisbehoeften niet op orde zijn, kunnen wij helemaal niks beginnen. Dus geef maar door aan de bestuurders: huisvesting, huisvesting, huisvesting!”

Reacties

Anke Delfsma, verpleegkundige VoorZorg GGD Amsterdam:

‘Gelijk op scherp’

“Ik vond het een verfrissende middag. Dat ik bij binnenkomst al gelijk moest kiezen tussen naar het toilet gaan, koffie of een boterham zette mij gelijk op scherp. Dit soort middagen zijn erg goed om elkaar te leren kennen. Want ondanks dat ik hier al tien jaar werk, ken ik de meeste mensen niet. Behalve dat het goed is voor de samenwerking, is het ook leuk om elkaar te ontmoeten. Het geeft energie.”

Jeanette van den Brink, verpleegkundige VoorZorg GGD Amsterdam:

‘Wildgroei voorkomen’

“Het verbaast mij dat ik weer zoveel nieuwe mensen en zelfs organisaties heb ontmoet die net als wij aan min of meer dezelfde groep hulp bieden. Hartstikke goed dus om hier te netwerken. Maar als wij niet eens weten van elkaars bestaan, hoe weten onze cliënten dan bij wie ze allemaal terecht kunnen? Daar moet beter zicht op komen. Ook om wildgroei tegen te gaan. Voor mijn eigen functioneren neem ik mee dat ‘er simpelweg zijn voor mensen’ en daadwerkelijk naar hun verhaal luisteren nog wel het belangrijkste is.”