Ga terug

Focus op hitteadaptatie met vier boeiende sprekers

Op 3 juni vond het webinar over ‘de integrale aanpak van hitteadaptatie’ plaats. Deze bijeenkomst is onderdeel van een serie bijeenkomsten ter ere van het 30-jarig bestaan van Klimaatverbond Nederland. Hitte is een onderbelicht thema wanneer het gaat over klimaatadaptatie in Nederland. Ondanks dat het een van de gevaarlijkste gevolgen is van klimaatverandering. Madeleen Helmer, projectleider (hitte)adaptatie bij Klimaatverbond Nederland heeft dit de afgelopen jaren geagendeerd en is tot de conclusie gekomen dat het probleem aangekaart moet worden binnen drie domeinen: gebied, gebouw en gezondheid. Tijdens het webinar wordt het thema hitte besproken langs deze drie pijlers door vier verschillende sprekers.
De eerste spreker die aan het woord komt is Cathelijne Bouwkamp, wethouder van de gemeente Arnhem. Arnhem loopt voorop in het veld van hitteadaptatie en Cathelijne vertelt hoe zij op dit moment met het onderwerp bezig is. De tweede spreker is Werner Hagens van het RIVM, coördinator van het nationaal hitteplan en expert op het gebied van hitte en gezondheid. De derde spreker is Edwin van der Strate van TAUW. Die betrokken is bij NKWK (Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat) onderzoek naar hitte in gebouwen. Ten slot komt Lisette Klok aan het woord, onderzoeker en docent aan de Hogeschool van Amsterdam. Zij heeft onderzoek gedaan naar hitte en ontwerprichtlijnen in de openbare ruimte.

Cathelijne Bouwkamp: Gemeente Arnhem

In 2020 is de adaptatiestrategie van Arnhem vastgesteld. De nadruk in dit document ligt op drie facetten: groen, slim en samen. Groen is een van de speerpunten. De gemeente wil zo veel mogelijk aan de slag met ‘groene maatregelen’. Deze moeten op een slimme manier en met goede timing uitgevoerd worden. Tot slot moet dit samen met inwoners en bedrijven uitgevoerd worden.
Bij de uitvoering is het belangrijk om te werken vanuit kennis en ervaring die de gemeente al heeft opgedaan de laatste jaren. Bijvoorbeeld vanuit voorgaande warme periodes en hittestresskaarten. Arnhem heeft naast klimaatadaptatie natuurlijk ook nog andere grote opgaven, zoals de woningbouwopgave. Voor 2030 moeten er 16.000 woningen bij. Deze twee uitdagingen kunnen haaks op elkaar staan, want meer bouwen vergroot de kans op verstening en hitte. Het is dus van belang om nieuwe bebouwing toekomstbestendig neer te zetten. Hiernaast moet niet de opgave in de bestaande omgeving vergeten worden. De gemeente probeert adaptatie altijd mee te nemen in dergelijke andere opgaven.
Arnhem heeft dus een stevige ambitie om hittestress in de stad tegen te gaan. In de Arnhemse strategie klimaatadaptatie 2020-2030 staan een aantal punten centraal die hierbij moeten helpen:

  • Extra aandacht voor ouderen en andere kwetsbare bewoners
  • Integraal en samenwerken met andere partijen in de stad
  • Borging ambities in alle planvorming en projecten (klimaatbestendig bouwen, klimaattoets)
  • Zelf het goede voorbeeld geven (projecten in de openbare ruimte)
  • Het ondersteunen van initiatieven in de stad
  • Nieuwe kennis en inzichten krijgen, linken en delen
  • Het beschikbaar stellen van financiën door middel van subsidies (via EU en Rijk)
    Wat gaat Arnhem dan concreet doen aan het verminderen van hittestress? Een aantal punten staan nu op de agenda:
  • Het realiseren van een koelnetwerk, door middel van schaduwroutes en koele plekken
  • Meer groen en 10% minder verharding
  • Alle nieuwbouw is klimaatbestendig
  • In en rondom verzorgingstehuizen worden maatregelen genomen om hittestress te verminderen
  • Alert zijn voor ouderen en kwetsbaren die thuis wonen, onder andere verwerkt in het lokale hitteplan
  • Waar mogelijk wordt hitte meegenomen als meekoppelkans. Binnen de organisatie moet iedereen zich ervan bewust zijn dat dit onderwerp in alles meegenomen moet worden. Bijvoorbeeld bij de warmtetransitie.

En ook… is er een aanjaagfonds met subsidieregelingen om initiatieven te ondersteunen. Worden er prestatieafspraken met grotere partijen zoals woningcorporaties en huurderorganisaties gemaakt, zodat ook zij dit actief meenemen. Zijn er intensieve samenwerkingen met kennisinstituten om meer kennis te verzamelen over het onderwerp. Wordt het belang van de koppeling met andere opgaven zoals de energietransitie, aanpak openbare ruimte, woningbouwopgave (Arnhem-Oost aanpak) en sociale opgaven (o.a. gezondheid) onderschreven. En worden nieuwe richtlijnen zo veel mogelijk juridisch geborgd. Het gebruik van nieuwe inzichten is leidend bij veel van deze onderwerpen. Het gebruik van hittekaarten en schaduwkaarten is bijvoorbeeld een belangrijk nieuw hulpmiddel bij de inrichting van de buitenruimte.
Tot slot: samenwerking is cruciaal voor klimaatadaptatie. Het beseffen van dit feit maakt de aanpak makkelijker. Integraliteit betekent ook dat we het met z’n allen moeten doen en niet alleen de afdeling adaptatie bij de gemeente. Om dit echt met zijn allen aan te kunnen pakken, inclusief bewoners en bedrijven, is het niet alleen belangrijk om het probleem te onderkennen, maar om vervolgens ook een handelingsperspectief te bieden. Aan de hand van (positieve) voorbeelden uit de stad.

Werner Hagens: RIVM

Waarom is er een nationaal hitteplan? Na de hete zomers van 2003 en 2006 moest dit er komen, omdat er gedurende deze periodes veel slachtoffers vielen. Hiernaast bestonden ze ook al in andere Europese landen. In 2007 was de eerste versie van het Nederlands hitteplan klaar.
Wat is het nationaal hitteplan dan precies? Het is een waarschuwingssysteem om via regionale partners extra aandacht te vragen voor de risico’s van hitte voor mensen met een kwetsbare gezondheid. Vier groepen behoeven tijdens een warme periode extra aandacht en zijn de doelgroep van het hitteplan. Dit zijn 75-plussers, chronisch zieken, zeer jonge kinderen en mensen met overgewicht. Maar de boodschap is voor meer groepen van belang, zoals zwangere vrouwen, dak- en thuislozen en mantelzorgers.
Wat staat er nu eigenlijk in het nationaal hitteplan? Eigenlijk zijn het allemaal open deuren. De inzichten zijn niet nieuw en komen vooral voort uit logisch nadenken. Ze doen een beroep op het gezonde verstand. Zo wordt geadviseerd voldoende te drinken, jezelf koel te houden, je woning koel te houden en voor elkaar te zorgen.
Hoe treedt het in werking? Het eerste idee was om het hitteplan in te schakelen bij een officiële hittegolf. Echter is zo een periode alleen achteraf vast te stellen. Nu is afgesproken dat bij een voorspelling dat het vier dagen 27 graden plus kan worden, het contact toeneemt tussen KNMI en RIVM om te bepalen wat er gedaan moet worden. Hier wordt vervolgens ook gekeken naar andere aspecten die risico verhogend of verlagend zijn, zoals de nachttemperatuur, de intensiteit van de hitte en waar in het land het precies warm wordt.
Hoe werkt het nationaal hitteplan als het in werking treedt? Het eerste overleg is zoals hierboven aangegeven tussen het KNMI en het RIVM, vervolgens gaat de benodigde informatie naar partners, wordt er naar buiten gecommuniceerd en wordt het plan in werking gesteld.
Het plan bestaat nu zestien jaar en is tot nu toe vijftien keer geactiveerd. De laatste jaren moet het steeds vaker worden ingezet, met 2021 als uitzondering op de regel als opvallend koel jaar. Het bereik is vrij groot er is veel media-aandacht na de activatie ervan. De berichtgeving krijgt op het web miljoenen views. Tekenend voor het bereik van de boodschap. Net als de hashtag #hitteplan, die op twee dagen trending topic was op Twitter in 2018. Dit alles draagt bij aan de bewustwording.
Ook zijn er inmiddels steeds meer lokale hitteplannen beschikbaar. Deze gaan verder dan het nationaal plan en kunnen breder ingezet worden. Het nationale plan is namelijk slechts een communicatiemiddel, terwijl lokale plannen ook ingezet kunnen worden voor afspraken rondom zorg en klimaatzaken.

Edwin van der Strate: TAUW

In 2021 is er een eerste onderzoek naar hitte in woningen uitgevoerd in het kader van het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK) Klimaatbestendige stad, want inmiddels wordt steeds meer duidelijk dat dit echt een probleem is. Tijdens dit onderzoek is vooral gekeken naar bestaande woningen. Met een consortium van mensen en partijen die uit verschillende specialisaties kwamen. Uiteindelijk zijn er een handreiking en een hittelabel voor twee typen woningen uitgekomen.

Wat weten we nu over het gebouw en wat kun je doen tegen hitte? In het gebouw zijn passieve en actieve maatregelen tegen hitte mogelijk én nodig. Passieve maatregelen zijn gebouwkenmerken die niet simpel te verstellen zijn voor de bewoner. Denk aan het type glas in de kozijnen of de oriëntatie van de woning. Actieve maatregelen zijn zaken zoals zonwering en de mogelijkheden voor ventilatie. Deze twee typen maatregelen en de impact ervan op de temperatuur in de woning, vormen de basis voor het uitgevoerde onderzoek. Het doel was het kwantificeren van oververhitting in bestaande woningen, en het verkennen van de effecten van verduurzaming (bijv. isolatie) en de typen maatregelen.
Om dit te onderzoeken zijn er simulaties uitgevoerd die al deze maatregelen en hun impact testten. De simulaties zijn uitgevoerd als case study op twee typen woningen waarbij alle invloeden op de binnentemperatuur zijn getest.

Uit de studie zijn een aantal conclusies naar voren gekomen. Waarvan de volgende drie de voornaamsten zijn: Beheers zontoetreding als de zon niet naar binnen straalt, houd je het grootste deel van de hitte buiten. Zorg voor ventilatie, op de juiste momenten van de dag als het buiten koeler is dan binnen. Ventileren zorgt voor een comfortabelere temperatuur binnen. Het is belangrijk om voldoende ventilatiemogelijkheden te hebben in een woning. Tot slot, neem hitte mee in de warmtetransitie. Een (te) goed geïsoleerde woning kan in de zomer gevaarlijk warm worden.
Deze resultaten zijn gebundeld in een eerste handreiking voor gemeenten, corporaties en anderen. Hierin staan de belangrijkste adviezen vermeld. Van aanbevolen tot onwenselijke acties. Ook is er een hittelabel ontwikkeld zodat ook bewoners kunnen zien in wat voor ‘hittestaat’ hun woning is.

Aankomend jaar is het de bedoeling dat dit hittelabel wordt uitgebreid en dat er een GIS-kaart komt waar alle voor hitte kwetsbare gebouwen op staan. Hiernaast is het de bedoeling om onderzoek te doen naar voor hitte kwetsbare mensen (broosheid) en hittebeleving (gedrag).

Vanuit een vraag: zonwering is helaas niet te financieren vanuit huidige regelingen, omdat ruimtelijke adaptatie, regelgeving en subsidies voornamelijk uitgaan van water gerelateerde zaken. Hier moet een slag in gemaakt worden. Er lopen op dit moment projecten om te proberen dit voor elkaar te krijgen.

Lisette Klok: Hogeschool van Amsterdam

Lisette houdt zich bezig met ontwerprichtlijnen voor verkoeling van de buitenruimte (gebied). Met als doel de stad leefbaar en comfortabel houden. Vanuit dit doel is het onderzoek naar ‘de hittebestendige stad’ ontstaan. De vraag die hierin centraal staat is hoe kan je de stad hittebestendig kan inrichten? Er is gekeken naar welke maatregelen verkoeling geven en welke ontwerprichtlijnen werkbaar zijn.

Uit dit onderzoek komen drie ontwerprichtlijnen naar voren die twee doelen vormgeven. Het eerste doel is: zorg voor voldoende koele plekken met een lage gevoelstemperatuur. Het tweede doel is: verzorg een inrichting van de buitenruimte die bijdraagt aan een verlaging van de luchttemperatuur.

De drie ontwerprichtlijnen die zijn opgesteld om deze doelen te halen zijn: afstand tot koelte, schaduw op loopgebieden en een vastgesteld percentage groen in iedere buurt. Hieronder zullen deze drie richtlijnen kort toegelicht worden.

Afstand tot koelte

Binnen 300 meter van elke woning ligt een aangename, koele verblijfsplek in de buitenruimte. Dit is de zogenaamde pantoffelafstand, die (de meeste) ouderen kunnen afleggen binnen 5 minuten tijd. Dit gebied moet minstens 200m2 zijn en beschikken over bankjes, schaduwplekken en openbaar groen en water.

Schaduw op loopgebieden

Looproutes in binnensteden moeten minimaal 40% schaduw hebben en loopgebieden in woonbuurten minimaal 30% schaduw. Dit kan door middel van natuurlijke oplossingen, maar ook door middel van het ophangen van schaduwdoeken of iets dergelijks.
Percentage groen in een buurt

Het percentage groen moet x procent zijn, afhankelijk van de wijktypologie. Dit is een streefwaarde die kan verschillen per wijktypologie vanwege de mogelijkheden. Zo kan in een villawijk 52-68% groen worden toegevoegd en in een hoogbouw centrumwijk 15-28% groen.
Deze richtlijnen worden nu ook al in beleid opgepakt. Bijvoorbeeld in de metropoolregio Amsterdam en gemeente Utrecht, waar de schaduw op looproutes en afstand tot koelte richtlijnen al worden aangehouden.

Madeleen Helmer: Hoe vliegen we dit aan vanuit Klimaatverbond Nederland aan?
Klimaatadaptatie is een containerbegrip voor de aanpak van veel verschillende onderwerpen. Daarom richten wij ons sinds een aantal jaar specifiek op hitteadaptatie. Dit onderwerp pakken we vervolgens zo breed en integraal mogelijk aan, waarin vooral drie domeinen aan bod komen. Gezondheid is hierin leidend. Ook in de domeinen gebied en gebouw. Belangrijk is nu om alle domeinen bij elkaar te krijgen in de uitvoering en tot een integrale aanpak te komen.
Een stap die we hierin willen zetten, is het maken van een probleemeigenaar. Deze zou er kunnen komen in de vorm van een hitteregisseur, zodat er een leidend figuur is. Dit proberen we nu te doen via een community of practice die we binnen Samen Klimaatbestendig hebben opgezet met een aantal gemeenten. (voor meer info en aanmelding: Madeleen@samenklimaatbestendig.nl)
Tot slot zijn we voor deze aanpak bezig met de wijksafari hitte. Tijdens dit event proberen we vanuit het bewonersperspectief naar hitte te kijken, omdat de drie domeinen binnen een paar meter bij elkaar komen voor buurtbewoners. In de tweede ring zitten hier professionals vanuit de gemeente en ander partijen bij die met deze inzichten aan de slag kunnen. Zo proberen we op een bottom-up manier tot een aanpak te komen waar alle domeinen bij elkaar komen.

Voel je vrij om hier over met ons in gesprek te gaan en ook om meer kennis en andere inzichten te delen. Bedankt voor de aandacht en het lezen!
Wil je het complete webinar terugkijken? Dat kan via ons YouTube-kanaal.

Download hier de Powerpoints van:

Cathelijne bouwkamp
Lisette klok
Edwin van der Strate
Werner Hagens

Contact

Meer weten of vragen naar aanleiding van dit magazine? Laat het ons weten:
communicatie@klimaatverbond.nl

U kunt ook lid worden van Klimaatverbond Nederland. Nog geen lid? Vraag hier meer informatie op.
Blijf op de hoogte en toer met ons mee via de volgende kanalen: