Plek reserveren voor omslag naar circulaire industrie

Hoeveel ruimte is er nodig voor de omslag naar een duurzame en circulaire industrie? En waar moet die plek komen? Tijdens NPVI-Connect! 2025 presenteerden Geert Haenen (KGG), Anja Steentjes (EZ) en Jan Willem Oosterbroek (IenW) de resultaten van twee omvangrijke onderzoeken naar de ruimtelijke impact van de circulaire economie in industrieclusters en op bedrijventerreinen. De omslag naar een duurzame industrie slaagt alleen als tijdig de juiste plekken worden gereserveerd voor de industrie én bestaande bedrijventerreinen worden beschermd, slimmer benut en strategisch uitgebreid.
“De economische werkelijkheid is in korte tijd fundamenteel veranderd”, stelt Geert Haenen. “Weerbaarheid en strategische autonomie zijn centrale thema’s geworden. Dat vraagt om een ander perspectief op ruimte: waar willen we onze industrie vestigen, en kunnen we die plekken ook tijdig beschikbaar maken?”
Van energie- naar ruimtetransitie
Beide onderzoeken van het Rijk, waarin het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Klimaat en Groene Groei samen hebben opgetrokken, brengen voor het eerst in kaart welke ruimtevraag voortkomt uit de industriële en circulaire transities. Daarbij is gekeken naar zowel de energie-infrastructuur als de economische ontwikkeling van clusters als bedrijventerreinen tot 2030 en 2050.
De uitkomsten zijn opmerkelijk. In vier van de vijf grote geografische industrie- en havenclusters dreigt een tekort aan ruimte. Haenen: “Als we niets doen, lopen we vast. De druk op bestaande clusters neemt toe, zeker in regio’s waar verstedelijking dicht tegen de industrie aankruipt. En dat terwijl juist die locaties cruciaal zijn voor de verduurzaming van Nederland.”

Volgens Anja Steentjes ligt een sleutel in goed ruimtelijk beleid en nauwe samenwerking tussen departementen, provincies en gemeenten. “De omslag van de economie naar een circulaire economie vraagt niet alleen om meer vierkante meters, maar ook om de juiste soort ruimte: bijvoorbeeld plekken met voldoende milieuruimte, energie-infrastructuur en logistieke verbindingen. Dat vraagt afstemming tussen Rijk en regio. Belangrijk is dat de circulaire economie onlosmakelijk verweven is met andere transities en ontwikkelingen. Circulair gaat door de hele economie.”
Bedrijventerreinen als circulaire motor
Naast de grote industrieclusters vormen de ruim 3.500 reguliere bedrijventerreinen een onmisbare schakel. Daar vindt de meeste productie, recycling en reparatie plaats. “Op dit moment zijn er op 15 procent van de bedrijventerreinen circulaire activiteiten”, licht Steentjes toe. “In 2018 was dat nog maar vijf procent. Richting 2050 zal dat aandeel naar verwachting sterk stijgen.”
Het onderzoek richtte zich op drie grondstofketens – kunststoffen, maakindustrie en de bouw – en bracht de toekomstige ruimtevraag in beeld. Vertaald naar alle bedrijventerreinen gaat het om 4.000 tot 9.500 hectare; een groei van 6 tot 15 procent ten opzichte van het huidige economische ruimtebeslag.
“Veel van die activiteiten vragen om hogere milieucategorieën, omdat ze impact hebben op de leefomgeving en om de veiligheid te borgen”, vertelt Jan-Willem Oosterhoek. “Ze kunnen dus niet zomaar overal. Het gaat om hoogwaardige recycling, herverwerking, reparatie, tijdelijke opslag en energie-intensieve processen. Dat vraagt om locaties met voldoende milieuruimte én duidelijke contouren, zodat bedrijven en omwonenden weten waar ze aan toe zijn.”
Naar een nationale ruimtelijke strategie
Een belangrijk vervolg van het onderzoek is het koppelen van de resultaten aan de Nota Ruimte. De vijf clusters zijn daarin aangemerkt als van strategisch belang. Haenen: “De industrie en havengebieden nadrukkelijker op de kaart zetten”, legt Haenen uit. “In eerdere ruimtenota’s waren het witte vlekken. Nu zorgen we dat hun belang zichtbaar wordt, zodat beleid en wetgeving beter op elkaar aansluiten. De vraag waar bepaalde industrieën geplaatst worden, hangt ook af van de internationale en nationale netwerken, waarvan een bedrijf onderdeel uitmaakt. Deze puzzel vraagt om het ontwerpen van een samenhangend systeem.”
Het gaat niet om één centraal plan, maar om een samenhangende aanpak met meerdere handelingsperspectieven. Haenen: “Je kunt ruimte creëren door te intensiveren, transformeren of strategisch uit te breiden. Elk perspectief vraagt om andere instrumenten – van grondbeleid tot vergunningverlening.”
De in de Net-Zero Industry Act (NZIA) genoemde versnellingsgebieden kunnen worden gebruikt om procedures te verkorten en investeringen in duurzame industrie te bundelen. Haenen: “Door milieu- en energiecontouren rond clusters te leggen, maken we zichtbaar wat er speelt en kunnen we vergunningen sneller afhandelen.”
Breder dan grond alleen
Wat Steentjes betreft moeten we niet alleen kijken naar wat er past binnen de grenzen van vandaag, maar naar wat nodig is qua ruimte om de economie van morgen mogelijk te maken. “De keuzes die we de komende jaren maken, bepalen of we in 2050 nog voldoende ruimte hebben voor een sterke, circulaire industrie”, vindt ook Haenen. “Dat vraagt regie, samenwerking en durf om nu te handelen.”
Meer info:
Kamerbrief over onderzoek over ruimte voor circulaire economie op bedrijventerreinen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
Nationale prognose ruimtebehoefte industrieclusters | Rapport | Rijksoverheid.nl
Bekijk hier de presentatie tijdens NPVI-Connect! 2025
Drea Berghorst, managing director Plastics Europe Nederland
‘Nog ruimte tussen ministeries en industrie’
“Ik vind het super interessante informatie. Het geeft een kijkje achter de schermen van de ministeries. Ik vraag me wel af hoe mij dit handelingsperspectief geeft. Dit thema speelt heel erg in ons bedrijf. Als plasticindustrie willen we graag verduurzamen. Ruimte is dan wel voorwaarde voor bestaan. Daar hebben we ook de politiek voor nodig. Ik merk dat er nog veel zit tussen de wereld van de ministeries en de wereld van de industrie.”