Ga terug
Nieuwe impuls voor energiebesparing in de industrie

VIBE: van losse maatregelen naar standaardoplossingen

Jan-Cees Jol (KGG)

De industrie speelt een sleutelrol in de verduurzaming van Nederland. Energiebesparing is daarin een belangrijke stap die kan leiden tot een lagere energierekening en minder netcongestie. Maar ondanks bestaande regels en subsidies blijft energiebesparing vaak achter. Veel bedrijven weten wél dat ze zuiniger kunnen produceren, maar niet precies hoe. Het nieuwe programma VIBE (Versnelling Industriële Besparing Energie) wil daar verandering in brengen. Door kennis, technologie en praktijkvoorbeelden samen te brengen, helpt VIBE bedrijven hun processen slimmer, schoner en toekomstbestendig te maken.

Europa heeft afgesproken dat alle lidstaten in 2030 fors minder energie verbruiken. Voor Nederland betekent dat een maximum van 1609 petajoule finaal energieverbruik. De industrie speelt een belangrijke rol om dat doel te halen. “De Klimaat- en Energieverkenning laat zien dat Nederland nog niet op koers ligt”, zegt Jan-Cees Jol van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. “Daarom zetten we met het programma VIBE een nieuwe stap: van losse maatregelen naar proces-geïntegreerde oplossingen die echt schaalbaar zijn.”

De energiebesparingsplicht blijft onverminderd gelden. Bedrijven die onder deze maatregel vallen zijn verplicht energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar te nemen en hierover te rapporteren. “Maar de praktijk is weerbarstig”, zegt Maurits Boeije van FME, een van de initiatiefnemers van het programma. “Veel bedrijven hebben simpelweg hulp nodig. Niet alleen om hun processen in kaart te brengen, maar ook om de juiste technologiepartners te vinden. VIBE brengt die werelden bij elkaar.”

Van plicht naar perspectief

VIBE is nadrukkelijk geen nieuwe verplichting, maar een versnellingsprogramma. Bedrijven die energie willen besparen, krijgen ondersteuning bij het opstellen van een integraal plan. Daarbij wordt gekeken naar vijf industriële sub-sectoren: chemie, metaal, voeding, papier en karton en glas en keramiek. Binnen die sectoren worden bedrijven gekoppeld aan adviesbureaus, technologieaanbieders en kennisinstellingen.

De aanpak is praktisch en gefaseerd. In 2026 start een pilotgroep van 75 tot 100 bedrijven, die gezamenlijk verkennen welke besparingsmaatregelen het meeste effect hebben. Op basis van hun ervaringen worden standaardoplossingen ontwikkeld die later op grotere schaal toepasbaar zijn. Vanaf 2027 wordt het programma opgeschaald naar circa duizend bedrijven.

De focus ligt op vijf technologiegebieden:

  • Heat integration – slimmer omgaan met warmte en restwarmte.
  • Power flexibility – efficiënte elektrische aandrijfsystemen en flexibel energiegebruik.
  • Electrical motor systems – elektrificeren van aandrijfsystemen
  • Scheidingstechnologie – processen optimaliseren rond drogen, destilleren en filtreren.
  • Digitalisering – data benutten voor realtime optimalisatie van productieprocessen.


“Het doel is niet dat ieder bedrijf opnieuw het wiel uitvindt”, zegt Jacques van de Worp van de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW). “We willen blauwdrukken ontwikkelen die in 80 procent van de gevallen toepasbaar zijn. De overige 20 procent is maatwerk.”

Maurits Boeje (FME)

Twee voorbeelden uit de praktijk

Een van de inspiratiebronnen voor VIBE is Ausnutria in Heerenveen. Dit zuivelbedrijf bouwde enkele jaren geleden een compleet nieuwe fabriek waarin warmte- en koudevraag volledig op elkaar zijn afgestemd. “Hun filosofie was simpel: elke kilowatt die je de fabriek inbrengt, wil je binnen houden”, vertelt Van de Worp. Door slimme integratie van warmtepompen en restwarmte benut Ausnutria zijn energie optimaal en bespaart het bedrijf fors op elektriciteit.

Een ander aansprekend voorbeeld is FrieslandCampina Maasdam. Daar koos men niet voor één centrale warmtepomp, maar voor vier kleinere met verschillende temperatuurbereiken. “In een bestaande fabriek kun je niet alles opnieuw ontwerpen”, zegt Van de Worp. “Maar door het proces slim op te knippen en warmte op verschillende niveaus te benutten, hebben ze toch een enorme efficiëntieslag gemaakt. Dat zijn precies de lessen die we met VIBE willen delen.”

De ervaring van deze bedrijven laat zien dat de ideale oplossing niet altijd standaard is, maar dat de gedachte erachter wél overdraagbaar is. “Het gaat om procesintegratie”, aldus Boeije. “Je kijkt niet meer alleen naar de schil van het gebouw of de utilities, maar naar het hart van de fabriek.”

Meer dan energiebesparing

VIBE richt zich niet alleen op energie. Slimmere processen leiden ook tot minder waterverbruik, lagere grondstofkosten en minder uitstoot van stikstof en CO₂. Bovendien versterken bedrijven hun concurrentiekracht. “Wie nu investeert in efficiëntie, staat straks sterker”, zegt Boeije. “Want energiebesparing en flexibiliteit worden onmisbaar in een toekomst met een vol elektriciteitsnet.”

Samen versnellen

Het programma loopt van 2025 tot en met 2030 en wordt uitgevoerd door FME en VEMW, in samenwerking met RVO, omgevingsdiensten en adviesbureaus. Het beoogde budget bedraagt 5,5 miljoen euro voor vijf en een half jaar. De grootste investering gaat naar de ondersteuning van bedrijven en kennisdeling.

“Uiteindelijk willen we één ding,” besluit Van de Worp. “Dat bedrijven niet wachten tot ze moeten, maar in beweging komen omdat ze zien wat het oplevert. Met VIBE maken we dat concreet: van verplichting naar versnelling, van losse maatregelen naar slimme standaardoplossingen.”

Bekijk hier de presentatie tijdens NPVI-Connect! 2025

Ga terug