Overheid industrie en Europa zoeken balans:
‘We moeten bedrijven beschermen, maar zij moeten ook in actie komen’

De industrie staat onder druk. Hoge energieprijzen, trage netaansluitingen en oneerlijke concurrentie vanuit het buitenland zetten de verduurzaming op scherp. Toch willen overheid en bedrijfsleven samen koers houden richting de klimaatdoelen. Tijdens NPVI-Connect! 2025 gingen ministers Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) en staatssecretaris Thierry Aartsen (Openbaar Vervoer en Milieu) in gesprek met Han ten Broeke, Chef de Cabinet van Eurocommissaris Wopke Hoekstra, over de vraag: hoe houden we de industrie weerbaar én groen?
Lastige maar beslissende fase
“Het is een zware periode”, erkent Sophie Hermans op een vraag van gespreksleider Mark Verheijen, custerregisseur Chemelot, over de afgelopen tijd. “En toch zetten ondernemers stappen, ondanks het tekort aan capaciteit en de hoge energietarieven. We blijven werken aan versnelling, want verduurzaming van de industrie is hard nodig.”

De transitie vraagt om tempo én om politiek lef. “De energietransitie en de industrie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden”, vult Thierry Aartsen aan. “Vergroening kan niet zonder industrie – en industrie kan niet zonder vergroening. We willen geen lagelonenland zijn, maar een slimme, circulaire economie.”
Oneerlijk speelveld
De hindernissen stapelen zich op: stijgende energieprijzen, import van goedkoop gesubsidieerde producten uit China, een haperende waterstofmarkt en trage procedures voor netaansluiting. Ten Broeke ziet hoe dat het speelveld voor duurzame bedrijven scheeftrekt. “Juist de bedrijven die proberen te verduurzamen, komen nu in de problemen”, zegt hij. “We hebben te weinig gedaan om onze eigen industrie te beschermen. Ik ben daarom voorstander van een stevig ‘Buy Europe’ en partnerbeleid.”
Ook binnen Europa is de concurrentie ongelijk, benadrukt hij. “Lidstaten verschillen in tarieven, milieukosten en staatssteun. Terwijl de geopolitieke druk toeneemt, moeten we als Europese landen meer één front vormen.”

Strategische industrie beschermen
Hermans pleit voor scherpere keuzes. “We moeten kijken welke industrieën en grondstoffen echt van strategisch belang zijn. Alleen zo houden we grip op onze weerbaarheid en energievoorziening.” Maar dat ontslaat bedrijven niet van hun eigen verantwoordelijkheid. “De overheid kan helpen, maar bedrijven moeten óók stappen zetten”, zegt Hermans. “Klimaatbeleid ís energiebeleid ís industriebeleid, ís veiligheidsbeleid. En als bedrijven niets doen, kiezen bedrijven zelf voor afbouw.”
Ten Broeke onderschrijft dat dubbele perspectief. “We moeten bedrijven beschermen, maar zij moeten ook zelf in actie komen. Alleen dan kunnen we onze Europese klimaatambities waarmaken.”

Sneller én slimmer
De versnelling van de energietransitie mag niet ten koste gaan van bewonersbelangen, vindt Aartsen. “Een goed bedrijf is een goede buurman. Dat gaat nog te vaak mis: bedrijven praten over CO₂-reductie, bewoners over schone lucht. Die werelden moeten elkaar meer verstaan.” Hermans pleit voor praktische oplossingen. “Als een instrument als CO₂-heffing niet werkt, moeten we iets anders durven proberen. We hebben nieuwe wegen nodig om de klimaatdoelen te halen.”
Realisme en perspectief
Hermans kijkt ondanks de spanningen met vertrouwen vooruit. “Over een paar jaar kijken we hopelijk terug op deze periode als het moment waarop we echt richting kozen. We moeten realistisch blijven, maar wel blijven bewegen. Het klimaatakkoord van Parijs staat niet ter discussie. We moeten oog houden voor wat er in de wereld gebeurt én erkennen dat dit een lastige, maar noodzakelijke fase in de transitie is.”
Vragen uit de praktijk
Het panelgesprek tijdens NPVI-Connect! 2025 vond plaats aan de hand van twee vragen vanuit de praktijk: van Hans van der Kaaij (LyondellBasell) en Annemarie Manger (Aramis). Bekijk hier de vragen die zij stelden aan het panel.