menu

Leefomgeving

De energietransitie legt een claim op de fysieke ruimte. Maar ook andere maatschappelijke opgaven als woningbouw of de wateropgave doen dat. Het is nodig om met alle overheden de verschillende opgaven in samenhang af te wegen.

Snel naar:

De ruimtelijke toekomst van Nederland

Keuzes maken ondanks onzekerheden

De toekomst kennen we nog niet. Samenwerking tussen overheden, streven naar synergie en goed leiderschap worden dan des te belangrijker om een ‘integrale’ aanpak te realiseren van de energietransitie en andere ruimtelijke opgaven. En om de vaart erin te houden.

Gemeenten zijn meestal niet dol op richtlijnen van het Rijk, maar soms zijn keuzes nodig. In de RES’en had een landelijke uitspraak over de natuurgebieden van nationale waarde kunnen zijn en kunnen voorkomen dat RES’en een lappendeken van oplossingen worden. “Strakke ruimtelijke principes, zoals vooral kiezen voor ‘zon op dak’ kunnen helpen gemeenten meer op één lijn te krijgen,” zegt wethouder Thijs Kuipers, bestuurlijk trekker RES Noord- en Midden-Limburg. Tjisse Stelpstra, gedeputeerde in Drenthe, onderschrijft dat. In de waaier van ruimtelijke opgaven stelde de provincie 3 prioriteiten: stikstof, wonen en energie. “Je moet als bestuur durven zeggen: die andere dingen doen we voortaan niet meer. Anders verdwaal je in alle doelstellingen.” Jannemarie de Jonge van het College van Rijksadviseurs geeft aan dat het Rijk moet zorgen voor ‘verhalen’ voor grote landschappelijke eenheden zoals de Veluwe en de Waddenzee. En de provincies zullen de grote ruimtelijke opgaven moeten gaan verbinden, waaronder de energieopgave. Welke oplossingen zullen per gebied verschillen.

Opgavegericht voorkomt verkokering

Komt er ook van het Rijk meer regie? Olger van Dijk is directeur ruimtelijke ontwikkeling van het ministerie van BZK. Hij vertelt dat BZK de abstracte uitgangspunten van de Nationale omgevingsvisie (NOVI) aan het uitwerken is. “De kaders zijn: meervoudig ruimtegebruik, niet afwentelen en aansluiten bij de identiteit van een gebied. Maar dit is niet genoeg; het kan goed zijn dat het Rijk ook gaat normeren.” “Netwerken, waaronder die van energie, zullen ‘sturend’ worden. Deze netwerken zullen richting gaan geven aan zowel locaties waar opwek mogelijk is als vraag.”

‘Het vraagt bestuurlijke moed om te doen wat nodig is’

‘Het vraagt bestuurlijke moed om te doen wat nodig is’

Meer rijksregie vraagt betere samenwerking tussen de departementen. Het opgavegericht werken wint terrein op de traditionele verkokering, vertelt Peter Schmeitz van het ministerie van EZK. “Ik vind de RES een goed voorbeeld van een opgavegerichte community. Niet hiërarchisch gestuurd, het samenwerken in de tussenruimte van de bestuurslagen blijkt te werken.”

Vakmanschap en leiderschap

Werken aan synergie, samenhang tussen (ruimtelijke) opgaven hoeft niet ten koste te gaan van snelheid. Op de iets langere termijn boek je daarmee winst. Rijksadviseur Jannemarie de Jonge noemt woningbouw als voorbeeld. Deze opgave moet samen gaan met energie, klimaat(adaptatie) en beleid voor bestaanszekerheid. “Dit in samenhang oppakken vraagt naast leiderschap ook vakmanschap. Dit is het mooie van het RES-proces; samen stappen durven zetten en durven te leren.

Gemeenten verlangen ook duidelijkheid en lange-termijnfocus van het Rijk op financieel terrein. Onzekerheid over het geld was lang een hinderpaal voor de uitvoering van de RES’en. De financiering van de energietransitie moet solide zijn als die van het Deltaprogramma. Maar recent kwam er een brief van Rob Jetten. “Daar ben ik echt blij mee,” zegt Kuipers.

Sessie De ruimtelijke toekomst van Nederland

Ontwerpende dialoog

In gebieden opgaven bij elkaar brengen. Hoe doe je dat? De Jonge gelooft in een ontwerpende dialoog; werken met een kaart waarop alle claims bij elkaar komen. Deze kaarten maken zichtbaar wat kan maar ook wat niet kan. “Het gesprek voeren rond de kaart.” Antoinet Looman zegt namens de Unie van Waterschappen dat het bestuurlijke moed vraagt om te doen wat nodig is. “Al sta je soms voor de vraag hoe hard je lopen kunt, en of je al vooruit kunt lopen op regels.” De Jonge onderschrijft het dilemma. “Het moeilijkste van deze tijd is dat je keuzes moet maken voor de toekomst, terwijl je zoveel dingen nog niet weet.”

Windenergie en natuur

‘Meerwaarde voor natuur én energietransitie’

Windturbines en hoogspanningslijnen kunnen habitatverlies en barrièrewerking veroorzaken. Het convenant NIEWHOL moet het aantal slachtoffers door hoogspanningslijnen en draaiende wieken beperken. “We maken ons sterk voor de plus op natuur.”

NIEWHOL staat voor ‘natuur-inclusieve energietransitie voor wind en hoogspanning op land’. Ondertekenaars worden het Rijk, provincies, de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA), TenneT en groene partijen als de Vogelbescherming Nederland, Zoogdiervereniging en de natuur- en milieufederaties.

Verwachte schade onduidelijk

Dat draaiende windturbines en hoogspanningslijnen gevolgen hebben voor vogels en vleermuizen, daarover is geen discussie. Wel over de vraag wat er moet gebeuren om het aantal slachtoffers te beperken. Sterker nog: lang niet altijd zal duidelijk zijn wat de verwachte schade is. Gerben de Vries van Natuur- en Milieufederatie: “De zoogdiervereniging weet niet precies waar vleermuizen zitten. Dan weet je ook niet of je ze onder druk zet.”

‘We onderzoeken of een zwarte wiek helpt de vogelsterfte te beperken’

‘We onderzoeken of een zwarte wiek helpt de vogelsterfte te beperken’

Meer juridische zekerheid

Er zijn wettelijke verplichtingen, maar in provincies hebben ontwikkelaars en natuurorganisaties te maken met wisselend beleid. “Het kon gebeuren dat je een windpark had op de grens van provincies en dat je de vogelsterfte door windmolens in de ene provincie wel en in de andere niet hoefde te monitoren”, vertelt Rik Harmsen van de NWEA. Het convenant kan zorgen voor afname van het aantal juridische procedures en biedt meer juridische zekerheid, voorspelbaarheid en gelijkheid.

Meerwaarde voor elke deelnemer

Harmsen legt uit dat het principe van mutual gains het uitgangspunt is van het convenant. “Het moet meerwaarde hebben voor elke deelnemer, dus meerwaarde voor de natuur en voortgang van de energietransitie.”
Hoewel natuur- en milieufederaties soms moeite hebben met windturbines bij natuurgebieden, hebben ze ook belang bij de energietransitie, vertelt De Vries. “Botsingen op projectniveau vertragen of frustreren de energietransitie. En door verkokering van het klimaat- en natuurbeleid wordt de kans op een ‘plus op natuur’ nu nog onvoldoende gegrepen. Wij maken ons sterk voor die plus op de natuur. Iedere schop in de grond is ook een mogelijkheid voor herstel van biodiversiteit.”

Sessie What to do met netcongestie

Stilzetten windturbines

In het convenant staan onder meer afspraken over beperkende maatregelen. Zoals het verminderen van het aantal ‘aanvaringen’ met vogels op systeemniveau. Tijdens massale vogeltrek kunnen windturbines stilgezet worden op basis van een voorspellingsmodel. Harmsen: “Het is zoeken naar een optimum tussen energieverlies en het minimaliseren van slachtoffers. We zijn uitgekomen op 100 uur per jaar stilstand, of een equivalent ervan in energieverlies. Dat zijn acht tot tien nachten per jaar.”

Het convenant kent ook afspraken over populatieversterkende maatregelen. Harmsen: “Zo onderzoeken we of een zwarte wiek op windmolens helpt de vogelsterfte te beperken. Dat lijkt te werken voor een aantal roofvogelsoorten. De volgende vraag is of het ook technisch uitvoerbaar is.”

NIEWHOL gaat vooral over generieke maatregelen. Per project moet onderzocht worden welke andere maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de regels uit de Natuurwet.

Meer weten?

Reactie

‘Samen vooraf risico’s inventariseren’

“Als ontwikkelaar vind ik het belangrijk dat een project aansluit bij de wensen van de omgeving. Samen ontwikkelen we een energielandschap. Een convenant met afspraken tussen natuur- en milieuorganisaties en windmolenparkbouwers helpt daarbij. Het hoeft dus niet erg te zijn dat je windmolens bij een bos neerzet, als je samen vooraf inventariseert wat risico’s zijn en de slachtoffers monitort.”

Rik de Jong, senior project developer European Energy

Kansen benutten in het programma Energie op Rijksvastgoed (OER)

Energie-opwek langs snelwegen en bij sluizen

Het Rijk bezit veel grond, water en kunstwerken, waaronder sluizen. RES-regio’s kijken in 20 projecten samen met de rijksoverheid hoe dit ‘rijksvastgoed’ kan worden ingezet voor opwek van duurzame energie. Dat gebeurt via het programma Energie op Rijksvastgoed (OER). Nieuwe locaties zijn welkom.

De lopende projecten van OER liggen allemaal op grond van Rijkswaterstaat. Daar zijn nieuwe aanvragen welkom. Regio’s kunnen ook locaties langs spoorlijnen, in bossen of op Defensieterrein opgeven.

Projectteam verkent mogelijkheden

De rijksoverheid stelt haar vastgoed graag beschikbaar voor de RES-doelstellingen. Dat zegt Willem Roeterdink van het ministerie van EZK, opdrachtgever van het programma. “We werken samen met Rijkswaterstaat, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, het Rijksvastgoedbedrijf, ProRail, Staatsbosbeheer en Defensie.”
Na een succesvol pilotprogramma startte OER in 2020. “In 2021 konden RES-regio’s locaties indienen die ze kansrijk vonden voor duurzame opwek: zonnepanelen of windmolens langs snelwegen, dijken en spoorwegen, of op defensieterreinen. Vervolgens onderzocht een OER-projectteam met de betrokken decentrale overheden of een locatie ook echt geschikt was.” Dit najaar kunnen RES-regio’s in een nieuwe ronde weer locaties indienen. RES-bestuurders krijgen daarover een brief.

‘Op Vliegbasis Woensdrecht valt veel te winnen’

‘Op Vliegbasis Woensdrecht valt veel te winnen’

Ieder heeft eigen rol

Het werken in projecten gebeurt in fasen, vertelt Sten Heijnis, programmamanager hernieuwbare energie bij Rijkswaterstaat. “We starten altijd met verkennende fasen en werken dan via planvorming en het uitschrijven van een tender toe naar de uiteindelijke exploitatie door marktpartijen. Alle nu lopende projecten bevinden zich in één van die fasen. We werken daarin intensief samen met gemeenten en provincies.”
Ieder heeft daarbij een eigen rol en verantwoordelijkheid. Heijnis: “De decentrale overheden zijn heel belangrijk voor het betrekken van de omgeving, voor de planologische procedures en de vergunningen. Het Rijksvastgoedbedrijf benadert dan weer de marktpartijen in de fase van inschrijving.”

Sessie Kansen benutten in het programma Energie op Rijksvastgoed (OER)

Defensie zet deuren open

Ook het ministerie van Defensie werkt graag mee. “We gaan onze deuren openzetten”, zegt Martijn Peters, directeur transformatie vastgoed. “Dat is voor ons spannend en nieuw.” Het ministerie werkt op dit moment aan een Strategisch Vastgoedplan. “Met als doel om ons werkklimaat te verbeteren en te verduurzamen. Daarin past dat we samen met de RES-regio’s kijken hoe we onze gronden en gebouwen kunnen inzetten voor opwek van duurzame energie.”
Defensie voert op verschillende locaties nu een quick scan uit. Het is de eerste voorverkenning van de mogelijkheden. Peters: “We doen dat bijvoorbeeld op Vliegbasis Woensdrecht. Daar valt veel te winnen. We gebruiken er 2,5 miljoen kuub gas per jaar en 18 miljoen kWh elektriciteit. Verspreid over de basis staan 538 oude, vaak versleten gebouwen. Die gaan we tot de helft terugbrengen en de rest verduurzamen. Belangrijkste boodschap is dat we dit alles samen met de omgeving willen doen.”

Meer weten:

Contact:

  • Voor algemene vragen over OER, Defensieterreinen of over de nieuwe uitvraag: postbusOER@minezk.nl.
  • Voor vragen over OER aan Rijkswaterstaat, RVO of Rijksvastgoedbedrijf kun je hier terecht.

Versnelling van de energietransitie en zorgvuldigheid gaan niet samen

Dilemmalogica: omgaan met botsende belangen

Zorgvuldigheid in het betrekken van alle partijen hoeft niet ten koste te gaan van de nodige snelheid van de energietransitie. Met ‘dilemmalogica’ ga je op zoek naar de voordelen in alle nadelen.

Guido Rijnja, communicatieadviseur bij de Rijksvoorlichtingsdienst, bedacht dilemmalogica. Op het RES-congres ging hij hiermee aan de slag, met zorgvuldige en haastige bestuurders. Dilemmalogica biedt een denkkader voor overheden om beter om te gaan met botsende belangen, bezorgde burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Hoofdpunten zijn:

  • Erkenning (wie zijn de betrokkenen, wat is hun belang? Wat hebben mensen nodig om zich niet verloren te voelen?)
  • Ordening (wat scheidt en wat bindt betrokkenen?)
  • Perspectief (het plan)

Zorgvuldig als relatief begrip

Tegen de achtergrond van de dilemmalogica bepalen 4 gasten hun positie in het dilemma van snel of zorgvuldig. Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) windt er geen doekjes om. “Elk project kost 8 jaar praten en 2 jaar bouwen. We moeten versnellen, anders halen we de klimaatdoelen niet.”

Jan-Jacob van Dijk, oud-gedeputeerde en voorzitter van de uitvoeringstafel Energiesysteem, kiest voor uiterst zorgvuldig. “In een democratie is draagvlak een vereiste, je zult altijd in gesprek moeten met burgers.” Maarten van Poelgeest, oud-bestuurder en consultant bij de energietransitie in Amsterdam, zit meer aan de kant van snel, maar niet zo ver als Olof. “Zorgvuldig is een relatief begrip als de nood hoog is. Zie de coronamaatregelen.” Jop Fackeldey, gedeputeerde en portefeuillehouder Energie van het IPO, weegt zorgvuldigheid iets zwaarder. “Je moet juist zorgvuldig zijn om vertraging te voorkomen.”

Terugredeneren

Hoeveel tijd kun je nemen voor al die zorgvuldige procedures, vraagt Van der Gaag. “Kun je het niet maximeren tot bijvoorbeeld twee jaar, en dan al terugredenerend de stappen benoemen?” Van Dijk daagt hem uit. “Wat wil jij doen om te versnellen?” Van der Gaag benoemt:

  • Maximaal aansluiten bij wat al in de buurt ontstaat
  • Transparantie over financiële afwegingen, bij bijvoorbeeld hoge of lage windmolens
  • Bewoners laten profiteren van de winst
  • Snel handelen, snel duidelijkheid

Van Poelgeest stelt dat snelheid lijdt onder niet-proportionele regels, zoals de voorzorgnorm van de Gezondheidsraad voor elektromagnetische straling. “Die maakt het aanleggen van onderstations in de stad de facto onmogelijk.” Dit vraagt juist om een open gesprek met de Gezondheidsraad én met burgers, reageert Van Dijk. Rijnja zegt dat de casus zich leent voor dilemmalogica. “Als je inzoomt op alle waarden, kun je uit elk nadeel ook iets positiefs halen.”

Hartenkreten

Wat moet deelnemers nog van het hart? Een losse greep uit de hartenkreten:

  • De overheid moet voorspelbaar zijn, telkens een nieuwe hype is dodelijk
  • Participatie is niet hetzelfde als je zin krijgen
  • Niet iedereen hoeft overal over mee te praten
  • De stem van de uitersten klinkt te luid, zoek de verbinding met het redelijke midden

Energie in de Leefomgeving: een veranderde context

Met een totaalblik samen inrichten

Kijk boven je eigen belang uit naar alle opgaven in een gebied en werk met heldere verwachtingen en kennis samen met bewoners. Dit bevordert het integraal werken dat nodig is om de Regionale Energiestrategie samen te laten gaan met andere inrichtingsvraagstukken. Zoals wonen, verkeer, bedrijven, recreatie en stikstof.

Gerrie Fenten is thematrekker voor de fysieke leefomgeving binnen NP RES. Zij stelt dat de RES-opgave moet ‘landen’ tussen alle andere opgaven in de regio. “Hoe passen die extra zonnepanelen, schakelstations en windmolens daarbinnen? En hoe zorgen we er voor dat energietransitie wordt meegenomen in andere opgaven zoals woningbouw, landbouwtransitie.
In het land is al veel gaande, ziet Fenten. Alle RES’en zijn aan de slag gegaan met inpassing in de fysieke leefomgeving. “Maar er zijn door die andere opgaven ook meer en andere stakeholders. We zijn de leerlijn ‘Energie in de Leefomgeving’ gestart om andere opgaven mee te nemen en om de RES-opgave te laten meenemen in andere gebiedsontwikkelingen, zoals woningbouw.”

Leerlijn met drie thema’s

Bij uitvoeringskracht gaat het om het vinden van de balans tussen draagvlak en tempo. Draagvlak ontstaat door het verbinden van de opgaven. Bij ontwerpend onderzoek wordt geconstateerd dat het huidige energiesysteem en ruimtegebruik niet toekomstbestendig zijn en dat de werelden van ruimtelijke inrichting en energie elkaars taal onvoldoende spreken. Waarden moeten vertaald worden naar ontwerpeisen. Om alle claims zoveel mogelijk te accommoderen is een integrale aanpak nodig.

Van plannenmakerij naar praktijk

Hoe geef je de integrale aanpak handen en voeten? Door casussen uit de praktijk te te bestuderen en met elkaar te bespreken. Een voorbeeld zijn gemeenten in Noord-Brabant die windturbines willen plaatsen langs de A16. Iedere gemeente had een eigen aanpak. Omdat het zoekgebied langs een snelweg en in meerdere gemeenten ligt, nam de provincie het voortouw voor de inpassing. In gesprekken in de regio en met verschillende stakeholders kwam de vraag op tafel of breder gekeken moest worden dan alleen naar windturbines. Waarom niet ook zon? Of energie-armoede?

Hoe krijg je een gebiedsgerichte aanpak? Deelnemers van het RES-congres geven tips.

  • Zet een gebiedsverkenner in. Laten we dit niet alleen vanuit de energieopgave bekijken, maar ook vanuit de andere opgaven. De gebiedsverkenner gaat de dialoog aan met de omgeving, weet de juiste vragen te stellen en luistert.
  • Zorg dat duidelijk is wie de beslissing neemt. Kijk naar het mandaat.
  • Doe onderzoek naar de gezamenlijke overlast van windmolens, A16 en andere elementen die overlast veroorzaken.
  • Maak de energie- en gebiedsopgave concreet voor bewoners met kaarten en ander beeldmateriaal.
  • Werk samen en wees transparant.
  • Werk vanuit het principe van gezamenlijk profijt.
  • Manage de verwachtingen op heldere wijze: wiens probleem is het, hoe ga je om met waarden waarvoor geen ruimte is?
  • Deel de urgentie. Als we te lang de tijd nemen, komen we misschien nergens. Het is niet de vraag óf, maar hóe.

Meer weten?

Reactie

‘Nog veel te doen voor integrale aanpak’

“Ik keek eerst vanuit een sectoraal belang: hoe zorgen we ervoor dat we erfgoed goed meenemen in de energietransitie? Toen ik hoorde dat bij de leerlijn wordt gekeken hoe we van waarden naar ontwerpeisen moeten komen, wist ik waar wij een bijdrage kunnen leveren. Opvallend is wel dat nog niemand goed weet hoe je tot een goede integrale aanpak kunt komen voor de zoekgebieden. Daar is nog veel te doen.”

Els Romeijn, programmaleider implementatie erfgoed en duurzaamheid Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed