Panelgesprek met drie energiedoeners

‘De opgave is te groot om het alleen te doen’

Rob Boeree van Energiek Leiden, Tjitske Veldkamp van Duurzame Energie Merenwijk (DEM), en wijkambassadeur Yung Li zijn echte doeners. Hoe kunnen professionele organisaties hen helpen om hun werk nog beter te doen? Een panelgesprek onder leiding van Maarten Fluit over het mobiliseren van mensen, de wens voor een maatschappelijk projectbureau én voor een theemuts over je huis.


WAT DOEN JULLIE ZOAL?

Rob: “Ik ben voorzitter van Energiek Leiden, we hebben 250 leden. Allemaal mensen die iets willen met duurzame energie. Zo heeft Regiocoöperatie Rijnland Energie twee windmolens langs de A4 bij de afslag Leiden-Zoeterwoude. Als lid van Energiek Leiden kan je participeren in de aankoop. Er hebben zo’n 620 mensen geïnvesteerd in dat project. Het laat zien dat mensen te mobiliseren zijn.”

Tjitske: “De gemeente Leiden is een van de eerste gemeenten met een warmtevisie. Vier jaar geleden kwam een groep bewoners bij elkaar die meer zeggenschap over dit onderwerp wilde hebben. Daaruit is de oprichting van DEM voortgekomen. In de afgelopen jaren hebben we bottom up een enorme structuur opgebouwd. Er zijn energiecoaches opgeleid, woningtypedossiers opgesteld. En op strategisch niveau hebben we onderzocht hoe we kunnen samenwerken met de gemeente en samen te komen tot een wijkbreed plan.”

Yung: “Ik probeer als wijkambassadeur in de haarvaten van die wijk te komen. Elke wijk heeft een andere dynamiek. Ik vind dat leuk, ook om te kijken waar het op dit moment wringt en wat we bijvoorbeeld aan de energiearmoede kunnen doen.”

WAT GAAT GOED EN WAT KAN BETER?

Rob: “We zijn als corporatie inmiddels veel lokale projecten gestart. Belangrijkste uitgangspunt: gewoon handelen, gewoon doen. Kijken hoe we het potentieel van de wijk zo goed mogelijk kunnen benutten. Er zijn in Leiden veel ideeën op wijkniveau. Maar die moeten wel gekoppeld worden aan een vraag én het moet georganiseerd worden. Daarom zoeken we elkaar op.”

Tjitske: “We hebben als DEM steeds gekeken naar wat een logische warmteoplossing voor onze wijk zou zijn. Denk bijvoorbeeld aan kleinschalige oplossingen zoals een gemeenschappelijke grondwarmtelus met een warmtepomp met tien huizen. We lopen er nu tegenaan dat we niet alles zelf kunnen doen. De wijk bestaat uit zo’n 6.000 woningen. Dat is veel meer dan wij als DEM aankunnen. Grootste kopzorg van dit moment is de energiearmoede. Een deel van de wijkbewoners heeft het heel moeilijk, voornamelijk de sociale huurders. We hebben nu gezegd: sociale huurwoningen vallen onder de verantwoordelijkheid van de woningcorporaties, wij focussen ons op de woningbezitters in de wijk.”

Yung: “Het bereiken van bewoners gaat best goed, maar ik heb ook ervaren dat het in sommige wijken meer tijd nodig heeft. Wat werkt is proberen in buurtapp-groepen te komen, en aansluiten op de vragen die daarin worden gesteld. Vervolgens moeten we kijken hoe we het als wijkambassadeurs voor elkaar krijgen om op een schaalbare manier bewoners te bereiken. Ik weet al wel: one size fits all werkt niet. Je moet kijken waar de energie zit. Daar probeer ik op aan te sluiten.”


WAT WERKT?

Tjitske: “Het faciliteren van burengroepen werkte ook bij ons heel goed. Gewoon met mensen uit dezelfde straat een kopje koffie drinken en kijken wat je samen kunt doen.”

Yung: “Wat ook goed werkt is studenten in die een scriptie over dit onderwerp schrijven, onderzoek doen. Daar kunnen we ook een vergoeding tegenover stellen. Maar ik merk dat het ze niet alleen om het geld gaat, het zijn ook jonge mensen met een passie voor dit thema.”

Rob: “We hebben in onze corporatie allerlei mensen van diverse pluimage, maar uiteraard zijn het wel allemaal mensen die iets kunnen missen. We willen daarom het potentieel van onze leden meer gebruiken. Dat zijn we nu aan het verkennen.”

WAT OF WIE HEB JE NODIG OM VERDER TE KOMEN?

Tjitske: “De gemeente, je werkt immers samen aan dezelfde opgave. Maar je moet beseffen: DEM bestaat uit vrijwilligers en dat heeft beperkingen. We hebben ook mensen opgeleid die we na twee keer niet meer zagen. We kunnen deze transitie niet ophangen aan vrijwilligers, daarvoor is de opgave gewoon te groot.”

Rob: “Ik denk aan een maatschappelijk bureau waarin alles wordt samengebracht. Waarin de gemeente participeert, maar op afstand. Zo’n bureau kan collectieven versterken, wijkinitiatieven en ideeën uitwerken. En zorgen voor kenniswisseling tussen wijken. Ondersteuning vanuit de gemeente zou heel prettig zijn.”

Yung: “Vanuit de gemeente zijn er genoeg plannen, weet ik. Maar in een plan kun je niet wonen. Je moet als gemeente de beweging van onderop ondersteunen, een estafette opzetten, het samen doen. Zo’n maatschappelijk bureau waar Rob het over heeft, zou kunnen werken.”

HOE ZIE JE DE TOEKOMST, HEB JE DROMEN?

Yung: “Ik zie een stad waar per straat zoveel mogelijk is gewerkt aan problemen en alle mogelijkheden zijn verkend.”

Tjitske: “Ik ben niet zo van het dromen, ik ben meer praktisch van aard. We hopen dat we een omslagpunt in energieverbruik bereikt hebben. Bewoners nemen maatregelen, dat is heel goed. We moeten namelijk aan de besparingskant meer doen: isoleren dus, die theemuts over je huis. Dat energieverbruik moet omlaag.”

Rob: “In 2030 hebben we enkele van onze projecten gerealiseerd. Daarmee zijn we al begonnen, maar die gaan we afmaken. En we hebben de eerste initiatieven voor wijkprojecten uitgevoerd, bijvoorbeeld voor het opwekken van restwarmte in de Vogelwijk. Ik sla graag die eerste spa in de grond.”