Keynote spreker Arianne van der Wal, onderzoeker TNO
‘Wat helpt mensen in energiearmoede nu echt?’
TNO deed landelijk onderzoek naar energiearmoede, een thema dat speelt in steeds meer huishoudens. Daarnaast staat er nieuw, aanvullend onderzoek op stapel, naar de effectiviteit van beleid en uitvoering. Hieruit moet gaan blijken welke maatregelen mensen het beste helpen. Arianne van der Wal geeft een toelichting.
“Eerst maar even de feiten op een rij over energiearmoede in Nederland: in 2019 leefden er zo’n 650.000 huishoudens in Nederland in energiearmoede. Met de energierekening houden ze zich veelal niet bezig. Ze moeten overleven en dat levert deze huishoudens veel stress op. Ze zijn zich weinig bewust van wat ze zelf kunnen doen als het gaat om besparing of subsidies en kunnen niet investeren in nieuwe apparaten. We onderscheiden drie indicatoren als het gaat om energiearmoede: betaalbaarheid (laag inkomen en hoge energiekosten), huiskwaliteit (laag inkomen en huis met lage energiekwaliteit) en kunnen deelnemen aan de energietransitie (huis met lage energiekwaliteit en niet zelf kunnen verduurzamen).”
Bijstand en pensioen
“Als we kijken naar wie er te maken hebben met energiearmoede, steken de eenpersoonshuishoudens en met name eenouderhuishoudens er met kop en schouders bovenuit. Deze huishoudens geven maar liefst 13-20 procent van hun inkomen uit aan energie, terwijl het gemiddelde bij 5 procent ligt. Drie kwart van de huishoudens die in energiearmoede leven woont in een corporatiewoning, 40 procent leeft op bijstandsniveau en 40 procent leeft van een pensioen. Gelet op de indicatoren betaalbaarheid en huiskwaliteit, wonen de meeste huishoudens die in energiearmoede leven in het noorden van Nederland. Leiden doet het gemiddeld genomen goed, maar in sommige wijken waar relatief veel mensen met een laag inkomen wonen, liggen de percentages hoger.’
‘Vooral eenpersoons- en eenouderhuishoudens hebben te maken met energiearmoede'
Grootschalig onderzoek
“TNO heeft van verschillende ministeries subsidie gekregen voor een grootschalig onderzoek naar de effectiviteit van energiearmoedebeleid en -uitvoering. Onze onderzoeksvragen zijn: wat zijn de effecten van renovatie, gedragsinterventies en de zogeheten witgoedregeling op de verschillende facetten die relateren aan energiearmoede? Zijn er verschillen in effectiviteit? En voor wie werken welke beleidsinterventies meer of minder goed?”
Kwantitatief en kwalitatief
“Ons driejarig onderzoek bestaat uit een kwantitatief deel: een vragenlijst aan huishoudens die in energiearmoede leven over onder andere hun wooncomfort, financiële stress en kennis en bewustzijn over duurzaamheid. We analyseren daarnaast de cijfers van het CBS over de drie energiearmoede-indicatoren, inkomen, schulden en energie- en gasverbruik van deze huishoudens. En ten slotte voeren we een kwalitatief onderzoek uit van vijf tot tien interviews per steunmaatregel.”
Steunmaatregelen
“Uiteraard meten we wat de effecten zijn vóór en ná de steunmaatregel en het liefst ook een jaar later. Sommige effecten zullen gelijk merkbaar zijn, andere duren waarschijnlijk langer. Zo’n onderzoek kun je niet alleen doen. We hebben meerdere partijen met wie we samenwerken, bijvoorbeeld met energiecoaches. We meten wat de effecten zijn van hun aanpak. Deze kunnen namelijk behoorlijk uiteenlopen, van het aanbiedeen van een besparingsapp tot het aanbrengen van kleine energiebesparende maatregelen in de woning. Daarnaast zijn we in gesprek met de woningcorporaties Vestia, Ymere en ZOwonen. We willen graag de effecten meten van grote renovatieprojecten, en het verschil zien met woningen die niet zijn gerenoveerd.”
Positief effect
“Onze verwachting is dat de steunmaatregelen een positief effect hebben. Denk aan het verbeteren van het wooncomfort en de fysieke en mentale gezondheid van mensen en het reduceren van energieverbruik en financiële stress. We houden u op de hoogte.”
Arianne van der Wal
TNO