
Onderwijs Onderweg naar nieuwe fase
Van zoeken naar richting, van praten naar doen
Het programma Onderwijs Onderweg begon als een zoektocht naar wat er precies niet klopte in het onderwijs voor brandweer- en crisisprofessionals. Inmiddels ligt er een gedeelde visie en een stevig fundament voor verandering. Nu programmadirecteur Frans Schippers afscheid neemt, blikt hij terug op een reis vol inzichten, dilemma’s en doorbraken. Ook kijkt hij vooruit naar wat er nog moet gebeuren.
Waarom Onderwijs Onderweg?
“Er werd veel gemopperd en geklaagd dat het onderwijs voor de brandweer en crisisfunctionarissen niet goed was geregeld. Maar wat was er precies mis? Dat zijn we gaan onderzoeken. Al snel ontdekten we dat er veel verschillende beelden bestonden. Opleidingsinstituten kijken anders naar het onderwijs dan vakbonden, het ministerie van Justitie en Veiligheid, bestuurders of mensen uit het veld. Iedereen had zijn eigen idee van het probleem én van de ambities die we zouden moeten nastreven.”
Al doende leren en samen bouwen
“We zijn al lerende gaan doen. Daarbij hebben we nadrukkelijk gebruikgemaakt van de deskundigheid van de mensen die het werk uiteindelijk moeten uitvoeren zoals manschappen, crisisbestrijders, leidinggevenden en operationeel leiders. Ook aan de onderwijskant hebben we dat gedaan. De visie is dus niet achter een bureau bedacht, maar samen met onderwijskundigen ontwikkeld. Om iedereen mee te nemen, hebben we gewerkt in etappes. Steeds keken we terug: wat hebben we gedaan? En vooruit: wat staat er nog te gebeuren? Zo gingen we stap voor stap verder, terwijl we onderweg steeds afstemden of we nog dezelfde bestemming voor ogen hadden, of moesten bijsturen.”
Een complex vraagstuk ontrafelen
“Wat mij het meest heeft verrast, is hoe ingewikkeld de knoop was die we samen moesten ontwarren. Functies en rollen zijn in de loop der jaren steeds meer in elkaar gaan grijpen. Het stelsel was op zichzelf goed bedacht, maar is gaandeweg verknoopt geraakt. Er was ook sprake van onmacht. Mensen wilden wel veranderen, maar niemand stapte echt naar voren of wist precies hoe.”
Wat er in beweging is gekomen
“Het belangrijkste is dat vakraden en opleidingsinstituten zich bewuster zijn geworden van hun eigen rol. Voorheen werd er vaak voor elkaar gedacht, en dat pakte niet altijd goed uit. Nu is iedereen beter in staat om bij de eigen verantwoordelijkheid te blijven. Daarnaast is er inmiddels een gedeeld beeld van hoe het onderwijsstelsel idealiter zou moeten werken. Er ligt een gezamenlijke onderwijsvisie, zowel voor het NIPV als voor de regionale opleidingsinstituten. Ook hebben we inzicht gekregen in de financiën. Daarmee ligt er een stevig fundament. De volgende stap is om alles daadwerkelijk in te regelen.”
Doorbraken en spanningen
“Voor mij zat een doorbraakmoment vaak in het besef bij betrokkenen dat zij zelf iets anders moesten gaan doen. Dat was essentieel. En het was natuurlijk mooi dat we gezamenlijk steun hebben gekregen voor belangrijke documenten. Tegelijkertijd was het soms spannend. In ons DNA zit een sterke behoefte aan vrijheid, om te kunnen improviseren als dat nodig is. Maar het onderwijs strakker organiseren betekent dat die ruimte kleiner wordt. Dat vraagt om scherpe keuzes: wat zijn terugkerende patronen, en welke helpen ons vooruit of juist niet? En verder blijft het natuurlijk spannend in hoeverre mensen bereid zijn iets los te laten wat ze gewend zijn. Dat vraagt vertrouwen: dat het uiteindelijk echt beter wordt.”
Leren van het onderwijs
“Ik heb veel geleerd onderweg. Bijvoorbeeld van het onderwijs. Respect voor iedereen die daar dagelijks werk van maakt, het is echt een vak. Juist daarom was het zo belangrijk om hen te betrekken bij de ontwikkeling. Voor de buitenwereld lijkt het dan soms alsof het lang duurt. Maar die tijd was nodig om tot iets te komen dat ook echt gedragen wordt. Dan heb je commitment. En je weet ook: we slaan geen essentiële stappen over.”
Trots op wat er staat
“Ik ben trots op mijn team, dat echt sterk werk heeft geleverd. Maar ook op het NIPV, dat heeft erkend dat dingen anders moesten en die zoektocht is aangegaan. En hetzelfde geldt voor de veiligheidsregio’s. Zij hebben laten zien dat ze bereid zijn om anders te kijken naar hun rol en soms ook iets los te laten.”
Altijd balanceren in tempo
“Achteraf gezien was de timing misschien niet altijd perfect. Soms gaven we te veel gas, en soms juist te weinig. Maar dat is ook wat er gebeurt als je dit echt samen doet. Als we het niet goed deden werden we daarop aangesproken en pasten het tempo aan. Dat is precies de kracht van deze aanpak.”
De volgende stap: van denken naar doen
“Nu begint het echte werk. Alles wat we hebben bedacht, moet worden uitgevoerd en geborgd in regelgeving, zodat helder is wie waarvoor verantwoordelijk is. Daarnaast moeten we het stelsel steeds goed blijven uitleggen. En we hebben nog een opgave in het verder inzichtelijk maken van de financiële kant: hoe lopen de geldstromen, en hoe kunnen we die vereenvoudigen ten gunste van beter onderwijs?”
Wat levert het op?
“Als dit programma slaagt, profiteren heel veel mensen daarvan. Dan hebben we ons onderwijs beter georganiseerd, en vooral professioneler gemaakt. Brandweer- en crisisprofessionals kunnen dan opleidingen volgen die echt aansluiten bij hun praktijk, binnen een stelsel dat met hen meebeweegt. En als dat ook nog lukt binnen de financiële kaders, dan is dit programma wat mij betreft geslaagd.”
Jolanda Trijselaar, voorzitter Brandweer Nederland:
‘De basis ligt er; nu verder bouwen’

“De afgelopen jaren hebben we ons onderwijs steeds complexer gemaakt. Begrijpelijk, want we bouwen voort op wat er al is, terwijl de wereld om ons heen snel verandert. Maar daardoor zijn vraag en aanbod uit balans geraakt en is onderwijs te vaak het sluitstuk geworden, in plaats van een volwaardig onderdeel van de brandweerzorg. Met Onderwijs Onderweg hebben we daar een belangrijke stap in gezet. Niet door alles in één keer om te gooien, maar door samen, in kleine stappen, het stelsel te ontrafelen en opnieuw op te bouwen. Er ligt nu een duidelijke basis: meer samenhang, helderdere rollen en vooral meer gezamenlijk eigenaarschap."
"Tegelijkertijd zijn we er nog niet. De komende fase vraagt om doorpakken. Dat betekent dat we aan de slag moeten: afspraken concretiseren, regelgeving op orde brengen en het stelsel verder vereenvoudigen. Juist daar zit de sleutel om het echt te laten werken. Wat Frans en zijn teamleden daarin hebben bereikt, is dat zij mensen en perspectieven bij elkaar hebben gebracht en zo de basis hebben gelegd waarop we nu verder kunnen bouwen. Mijn hoop is dat we het onderwijs zo weer aantrekkelijk maken voor de mensen in de regio. Minder gemopper, meer plezier en vooral: opleidingen die écht aansluiten op wat vandaag en morgen nodig is.”
Coby Flier, directeur Onderzoek en Onderwijs NIPV:
‘Waarmaken wat we hebben bedacht’

“Onderwijs Onderweg was nodig omdat we met ons onderwijs simpelweg niet wendbaar genoeg waren. Aanpassingen duurden te lang, we waren te afhankelijk van externe partijen en er was te veel rolvermenging. Als instituut waren we soms meer een schakel of makelaar dan een partij met een eigen, duidelijke rol. Wat dit programma sterk maakt, is dat het echt samen is opgepakt: door de regio’s als werkgevers én door het NIPV. Want dit kún je alleen samen doen. Inmiddels ligt er, na een grondige analyse, een duidelijke visie, een rollennotitie en een spoorboekje voor het vervolg."
"Nu breekt een cruciale fase aan: van plannen naar doen. We moeten gaan ontwikkelen vanuit de onderwijsvisie die er ligt en tegelijkertijd zorgen dat de vraag vanuit het werkveld goed georganiseerd is. En ja, dat betekent ook dat we elkaar ruimte moeten gunnen om te leren, te zoeken en soms nog niet alles zeker te weten. Dat vraagt vertrouwen, tijd en middelen. Maar ook professionalisering: in hoe we onderwijs maken, geven en examineren, en in hoe we transparant zijn over kosten en kwaliteit. Over twee jaar verwacht ik dat er geen onduidelijkheid meer is over wat het NIPV biedt, met welke kwaliteit en tegen welke kosten. Dat we eerste vernieuwde, wendbare opleidingen hebben staan én dat het werkveld goed is georganiseerd om daar richting aan te geven. Spannend? Zeker. Want het echte werk begint nu pas. We zullen ook samen moeten blijven dragen. Tot nu toe hebben we gebouwd en getest. Nu mogen we het waarmaken.”






Actueel