
De geleerde lessen van Manschap 3.0
Bij de actualisatie van de leergang voor manschappen – ook wel Manschap 3.0 genoemd – is een pas op de plaats gemaakt. Tijdens het proces was onvoldoende rekening gehouden met de effecten van de aangepaste opleiding op zittend personeel. Ymko Attema (Vakraad Leren en Ontwikkelen) en Marc Ploegman (decaan Brandweeropleidingen bij het NIPV) blikken terug. Hun belangrijkste conclusie: aanpassingen in onderwijs voor brandweer en crisisbeheersing moeten altijd worden gedaan met een integrale blik.
Om misverstanden te voorkomen: Manschap 3.0 gaat niet over het voorstel om de manschappenopleiding, en daarmee het bestaande kwalificatiedossier, te splitsen in Brandwacht A, B, C. Die discussie zal nog enige tijd vergen. Manschap 3.0 gaat over wijzigingen die tussentijds in het curriculum worden aangebracht. Het betreft voornamelijk onderdelen in de opleiding die als overbodig worden ervaren. Oftewel: les- en leerstof die op basis van de huidige inzichten en ontwikkelingen kan worden geschrapt, waardoor de opleiding elf weken korter duurt. Het merendeel betreft lichte wijzigingen, behálve de uitwerking van de visie op technische hulpverlening en bevrijdingstechnieken. De projectgroep Manschap 3.0 kwam tot de conclusie dat de impact daarvan onvoldoende in kaart was gebracht.
Spannende snelkookpan

“Hoe nemen we het zittende personeel mee in de voorgenomen wijzigingen?”, herhaalt Ymko Attema de hamvraag waar de projectgroep mee worstelde. “We willen met zijn allen voorkomen dat de opleiding van nieuwe manschappen niet aansluit bij de kennis en kunde op de kazerne waar zij hun functie gaan uitoefenen. Dat kunnen we ondervangen met een bijscholing voor zittend personeel, zoals we dat in het verleden vaker hebben gedaan. Betekent wel dat we terechtkomen in een spannende snelkookpan, waarbij veel capaciteit wordt gevraagd van het NIPV en de regio’s om dit op te pakken en te borgen in de lokale vakbekwaamheidsprogramma’s.”
Het programma Onderwijs Onderweg heeft een beweging in gang gezet om het anders te doen. Manschap 3.0 is in dat opzicht een mooie casus om van te leren. Ymko: “De belangrijkste les is dat we een goede impactanalyse moeten maken om het integrale plaatje te overzien. Wat is de impact van aanpassingen in de opleidingen op bijvoorbeeld de oefenbelasting, de middelen die we nodig hebben en het zittende personeel? Maar ook op de overige functies zoals bevelvoerder en Officier van Dienst? In het verleden hebben we eigenlijk nooit echt vanuit dat brede perspectief gekeken. De gesprekken die we hierover hebben gevoerd in de projectgroep Manschap 3.0, waren wat dat betreft een eyeopener.”
Pure ontwikkelkracht

Volgens Marc Ploegman is dan ook geen sprake van tegenslag. “Op grote afstand zie je alleen de uitkomst. Die kun je in een minder positief daglicht plaatsen, maar ik kijk juist met tevredenheid terug op het proces. Door het gebruik van de onderwijscirkel van Onderwijs Onderweg zijn we met elkaar veel meer de diepte in gegaan. Begrijpen we elkaar goed genoeg? Wie heeft nu eigenlijk welke rol? Wie geeft welke opdracht en wie besluit? Doordat de opleidingsinstituten nauw waren betrokken, ontstond pure ontwikkelkracht. Qua zorgvuldigheid en draagvlak is dit het allerbeste werkproces dat ik ooit heb meegemaakt. En ik loop toch al best wat jaartjes mee.”
Zowel Marc als Ymko verwacht dat de geleerde lessen van Manschap 3.0 navolging zullen krijgen in toekomstige onderwijsprojecten. “Naast het maken van een impactanalyse, is het een belangrijk inzicht dat vakbekwaam worden en vakbekwaam blijven onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Voorheen keken we eerst naar de opleidingen en moesten we een been bijtrekken om de bijscholingen te regelen. Het accent verschuift nu meer naar het uitgangspunt om éérst het zittende personeel bij te scholen.” Marc: “Met diezelfde integrale blik moeten we ook kijken naar de gelaagdheid in functies. Als we de manschappenopleiding aanpassen heeft dat invloed op de functies van bevelvoerder en Officier van Dienst. En omgekeerd heeft een herziening van de officiersopleiding impact op de functies van bevelvoerders en manschappen.”
Landelijke leermiddelen
Ymko ziet bovendien een mooie bijvangst. “Om de vaart in Manschap 3.0 te houden worden nu landelijke leermiddelen voor bevrijdingstechnieken ontwikkeld door het NIPV in gezamenlijkheid met het werkveld. Van die nood zouden we een deugd kunnen maken door het voortaan altijd zo te doen. Nu is het gangbaar dat 25 veiligheidsregio’s afzonderlijk aan de slag gaan met les- en leerstof. Het zou veel efficiënter zijn als het NIPV en de regio’s in de toekomst gezamenlijk landelijke leermiddelen maken. Beter één keer heel goed, dan 25 keer het wiel opnieuw uitvinden. Dan krijg je ook meer eenduidigheid, want nu is de les- en leerstof in elke regio vaak net even anders.”
Een kritische blik op Onderwijs Onderweg
Hoewel Ymko Attema en Marc Ploegman zeer te spreken zijn over de inbreng van Onderwijs Onderweg, plaatsen zij ook kanttekeningen bij de ambities van het programma.
Winstpunten
Ymko: “Het is een positieve ontwikkeling dat we met elkaar een marsroute door het onderwijsstelsel maken. Er was veel rolonduidelijkheid. Er werd al heel snel naar het NIPV gekeken voor een oplossing. Het kwartje is nu wel gevallen dat de vakraden een prominente rol horen te spelen.”
Marc: “Door de vraagstukken over opleiden in gezamenlijkheid op te pakken, wordt de invloed van de betrokken spelers veel groter dan in het verleden het geval was.”
Aandachtspunten
Ymko: “Het uitgangspunt van Onderwijs Onderweg is om het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing flexibel en up to date te maken. Daarbij gaat het onder meer over het versnellen van processen. Het project Manschap 3.0 heeft echter uitgewezen dat er veel stappen moeten worden doorlopen om een proces van onderwijsvernieuwing zorgvuldig te doorlopen. Dus ik heb vraagtekens of het wel echt sneller kan.”
Marc: “Daar ben ik het mee eens. Ik denk dat de snelheid van vernieuwen ongeveer hetzelfde blijft, maar wél met een kwalitatief beter resultaat. Verder ben ik van mening dat binnen Onderwijs Onderweg de focus vooral blijft liggen bij opleiden en nog te weinig bij examineren. Het opstellen van een examenplan vormt het uitgangspunt voor een goed ontwikkelproces. Examineren is een vak apart en vereist speciale aandacht. Voor de toekomst lijkt het me een mooie opgave om de leerwerkopdrachten bij kazernes onder de loep te nemen. De leerwerkopdrachten zijn vernieuwd en effectiever, waardoor het aantal is verminderd. Dat moeten we goed evalueren, inclusief de rol van de begeleiders. De kwaliteit van de leerwerkplekbegeleider is minstens zo belangrijk in het leerproces van een deelnemer.”
//





Actueel