etappe 1 etappe 1 etappe 1 etappe 1 etappe 1 etappe 1
tijdpad

Ook de GHOR kan profiteren van Onderwijs Onderweg

Flexibel onderwijs dat goed is afgestemd op de praktijk. Dat is niet alleen belangrijk voor de brandweer, maar óók voor crisisbeheersing. Om die reden vinden Carian Cools (decaan opleidingen crisisbeheersing bij het NIPV) en Jan Dirk van de Ven (GHOR Amsterdam-Amstelland) dat de GHOR-bureaus in Nederland baat hebben bij het programma Onderwijs Onderweg. “Er is sprake van een braakliggend terrein.”

Gevraagd naar de huidige staat van de opleidingen voor GHOR-functionarissen, heeft Jan Dirk een duidelijke mening. “In de basis hebben we het goed voor elkaar. Elk GHOR-bureau in Nederland is er klaar voor om adequaat op te treden bij flitsrampen. Tegelijkertijd vraagt de maatschappij andere dingen van ons, zie de coronapandemie. Crisissen duren langer en blijven niet beperkt tot de eigen veiligheidsregio. Daar moeten we iets mee, want ons opleidingsstelsel is erop gericht dat de 25 GHOR-bureaus het allemaal zelf regelen. De praktijk wijst uit dat we veel hetzelfde doen, maar er zijn ook uitzonderingen. En die uitzonderingen komen aan het licht als we regiogrenzen passeren.”

Interessante visie

Kortom: de praktijk vraagt om meer eenduidigheid in het opleiden van GHOR-functionarissen. “En als we dan toch bezig zijn, kunnen we net zo goed ons hele stelsel tegen het licht houden”, vervolgt Jan Dirk. “Onderwijs Onderweg kan het zetje geven om ons daarbij te helpen. Ik vind het een heel interessante visie dat de beroepspraktijk bepaalt wat de onderwijsbehoeften zijn. Er ontstaat dan een logische cyclus: de vraag uit de beroepspraktijk wordt vertaald naar kwalificatiedossiers. De competenties uit die kwalificatiedossiers vormen de basis van onze opleidingen. En met evaluaties monitoren we of die opleidingen nog aansluiten bij de beroepspraktijk. Daar hoort dan ook bij dat we het onderwijsstelsel zo inrichten dat de rollen en verantwoordelijkheden duidelijk zijn.”

Wat Jan Dirk betreft is daarbij een belangrijke functie weggelegd voor het NIPV. “Dat zou een moederinstituut moeten zijn waar kennis, expertise, examinering en de borging van kwalificatiedossiers samenkomen. Op dit moment is echter nog sprake van een haat-liefdeverhouding tussen de GHOR-bureaus en het NIPV. In vergelijking met de brandweer is de GHOR maar een klein clubje. Daardoor overheerst soms het gevoel dat het NIPV niet altijd de aandacht geeft die nodig is, dat processen langzaam gaan en dat de diensten te duur zijn. Zelf ben ik een NIPV-adept. Ik denk dat een betere samenwerking ons veel kan brengen. In mijn ogen is sprake van een braakliggend terrein waarop we samen kunnen bouwen.”

Helderheid vanuit het werkveld

Daar is decaan Carian Cools het mee eens. “Die haat-liefdeverhouding is er misschien ook doordat de rol van het NIPV nu niet duidelijk is. Er bestaat een beeld dat het NIPV bepaalt hoe de crisisfuncties eruit zien, maar dat is natuurlijk niet zo. Het uitgangspunt is dat vanuit het werkveld helder moet zijn waaraan een beginnend piketfunctionaris van de GHOR moet voldoen en dat die competenties worden vastgelegd in kwalificatiedossiers. Het NIPV kan dan vervolgens opleidingen samenstellen, kwalitatief goede examens afnemen en met praktijkgericht onderzoek eraan bijdragen dat de aansluiting tussen praktijk en onderwijs wordt geborgd. Als we het stelsel op die manier inrichten, wordt de rol van het NIPV veel duidelijker.”

Bijkomend voordeel is dat er meer eenduidigheid ontstaat tussen de functionarissen van de verschillende GHOR-bureaus, maar óók tussen de GHOR-functionarissen en crisisfunctionarissen van de andere kolommen binnen het veiligheidsstelsel. Carian: “Het is natuurlijk heel prettig als je in een crisissituatie aan één woord genoeg hebt om elkaar te begrijpen. Dat kan als iedereen wordt opgeleid volgens dezelfde principes en hetzelfde taalgebruik. De verbinding tussen de multipartners wordt steeds belangrijker. We moeten met elkaar beseffen dat we niet op verschillende eilanden zitten.”

Stelsel optimaal inrichten

Jan Dirk vult aan: “De GHOR hanteert hetzelfde crisismodel als de brandweer. Dus het is logisch dat de competenties van functionarissen van beide kolommen elkaar aanvullen. Net zoals het logisch is dat het niet mag uitmaken van welke regio een functionaris is – tijdens een overstroming in Limburg moeten we een gekwalificeerde GHOR-functionaris uit Brabant kunnen inzetten. Natuurlijk streven we daar nu ook al naar, maar we hebben ons onderwijsstelsel nog niet optimaal ingericht. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we ook nog wat achterstallig onderhoud moeten wegwerken. Voor koude functies, zoals bijvoorbeeld een evenementenadviseur, hebben we nog geen specifieke opleiding en examinering.”

Examinering is sowieso een aandachtspunt binnen het GHOR-stelsel, vindt Carian. De huidige opleidingen – naast het NIPV verzorgd door een aantal commerciële aanbieders – sluiten niet altijd aan op de toetsing. “We toetsen de competenties die nodig zijn om te voldoen aan de eisen uit het kwalificatiedossier en dus niet een-op-een wat in een opleiding is geleerd. Dat leidt nog weleens tot misverstanden. Uiteindelijk gaat het erom wat een beginnend functionaris moeten kennen en kunnen. Dáár moet het onderwijsstel op ingericht zijn. Ik denk oprecht dat Onderwijs Onderweg kan helpen om daarin een kwaliteitsslag te maken.”

//