
Op weg naar een samenwerkingsverband van opleidingsinstituten
Tijdens een grote bijeenkomst van de veiligheidsregio’s, de kracht van het collectief, is de vorming van één landelijk opleidingsinstituut genoemd als een mogelijke kans. Het Programma Onderwijs Onderweg vroeg veiligheidsregio’s en opleidingsinstituten naar hun mening. De conclusie: Iedereen vindt dat opleidingsinstituten beter kunnen en moeten samenwerken in een zogenoemde alliantie. De tijd is echter niet rijp voor één landelijk instituut.
In etappe 3 van het programma Onderwijs Onderweg is onderzocht of er steun is voor één landelijk opleidingsinstituut voor alle veiligheidsregio’s. Daarvoor is in het voorjaar van 2025 een enquête uitgezet onder 28 organisaties: de 25 veiligheidsregio’s en drie interregionale opleidingsinstituten. Het idee voor één landelijk opleidingsinstituut leverde bruikbare reacties op. Kansen worden gezien in het verhogen van de kwaliteit van lesmateriaal en examinering, meer uniformiteit en meer efficiëntie in gebruik van mensen en middelen. Daarentegen worden zorgen geuit over het verdwijnen van regionaal maatwerk, regionale betrokkenheid, vrees voor stroperigheid en bureaucratie, en een afname van autonomie voor de regio’s. Diverse regio’s willen hun interregionale opleidingsinstituut niet opgeven. Zij zien dit als voorbeeld voor andere regio’s.
Bereidheid tot samenwerking
De gehouden enquête heeft waardevolle inzichten opgeleverd waar het programma mee verder kan. Het Programma Onderwijs Onderweg wil gebruikmaken van de bereidheid tot verdere samenwerking en de bereidheid hier energie in te stoppen. Daarom gaat het programma in etappe 4 onderzoeken op welke onderwerpen de opleidingsinstituten meer willen samenwerken. Deze samenwerking gebeurt in een zogenoemde alliantie.
In zo’n alliantie maken de partijen afspraken om samen te werken, maar houden ze ook hun eigen plek en verantwoordelijkheid. Het doel is om samen doeltreffender en doelmatiger te werken. Uit de enquête blijkt dat er een aantal belangrijke onderwerpen zijn waar alle partijen aandacht voor willen hebben:
1. Kwaliteit en uniformiteit
Het streven naar hogere kwaliteit en landelijke uniformiteit – zowel voor opleidingen, examinering als instructeurs – is een breed gedeeld verlangen. Het beeld is dat uniformiteit zorgt voor veiliger optreden, betere vakbekwaamheid en meer uitwisselbaarheid, ook tijdens regio overstijgende incidenten.
2. Behoud van flexibiliteit en maatwerk
Het succes van samenwerking valt of staat met ruimte voor maatwerk en flexibiliteit. Regio’s willen eenvoudig kunnen inspelen op lokale risico’s, regionale verschillen en specifieke opleidingsbehoeften.
3. Efficiëntie en gezamenlijke innovatie
Samenwerking wordt breed gezien als kans om efficiënter te werken, betere leerproducten te maken, om middelen en mensen beter in te zetten en samen te vernieuwen.
4. Transparantie en verantwoordelijkheden
Heldere aansturing, transparante financiering en duidelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden veel genoemd als voorwaarden bij landelijke samenwerking.
Michel Thijssen gaat als projectleider aan de slag en gaat bij de opleidingsinstituten inventariseren hoe zij meer en anders willen samenwerken. Daarbij gaat hij bovenstaande vier punten verder verkennen.






Actueel