
Sterkere positie voor WVA: hazenpaadjes afsluiten
In het opnieuw geordende onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing is een belangrijke rol weggelegd voor de Werkveldadviescommissie (WVA). Het doel is om de brugfunctie van de WVA tussen de onderwijsbehoeftes uit de praktijk en de vertaling daarvan in les- en leerstof verder te versterken. We gingen in gesprek met Harm Balk en Eva van de Beek, respectievelijk voorzitter en secretaris van de WVA.
Alle wettelijke functies van brandweer en crisisbeheersing hebben een kwalificatiedossier, waarin de vereiste kennis en kunde van een beginnende beroepsbeoefenaar is beschreven. De WVA is verantwoordelijk voor het beheer en de ontwikkeling hiervan. Eens per vijf jaar worden de bestaande kwalificatiedossiers herzien en waar nodig aangepast aan de actualiteit. Maatschappelijke ontwikkelingen en onderzoeksresultaten kunnen aanleiding zijn om ook tussentijds aanpassingen te doen. De gestelde eisen zijn uiteraard van invloed op de inhoud van het onderwijs.
Poortwachter

“De WVA vormt de brug tussen werkveld en onderwijs”, zegt Eva. “De vakraden brengen de praktijkbehoeftes in kaart en analyseren wat de impact is van de gewenste aanpassingen in het onderwijs. Wat betekent dit bijvoorbeeld voor bedrijfsvoering, vakbekwaam blijven, financiering en de lengte van een opleiding? Voordat een vertaling wordt gemaakt naar bijpassende les- een leerstof, vindt een toetsing plaats door de WVA. Die integrale beoordeling is belangrijk om te voorkomen dat we achteraf dingen moeten repareren waar onvoldoende rekening mee is gehouden. In dat opzicht fungeert de WVA als een soort poortwachter.”
“De poortwachtersrol van de WVA is niet altijd vanzelfsprekend”, vult Harm aan. “Zoals we bij het voetbal 18 miljoen bondscoaches hebben met een mening over het Nederlands elftal, zo hebben we binnen brandweer en crisisbeheersing 20.000 professionals met een mening over het onderwijs. Met de beste bedoelingen wordt er weleens gekozen voor hazenpaadjes om dingen snel te regelen. De WVA wordt dan te laat of helemaal niet aangehaakt bij een proces voor onderwijsvernieuwing. Met als gevolg dat de samenhang ontbreekt. Vaak wordt dat opgelost door er achteraf extra de schouders onder te zetten. Dat siert de betrokkenen, maar het kost soms ook onnodig veel tijd, energie en frustratie.”
Overzicht bewaren

In het opnieuw geordende onderwijsstelsel is het zaak de hazenpaadjes af te sluiten, stelt Harm. Dit gebeurt onder meer door de rolverdeling in het stelsel aan te scherpen. Om die reden wordt de WVA uitgebreid met een nieuw lid namens de (inter)regionale opleidingsinstituten en een tweede lid namens de vakorganisaties (vakbonden en VBV). “Dat leidt tot meer structuur en samenhang”, voorspelt Harm. “Het begint bij de vakraden, die de behoefte uit de praktijk ophalen. Als die vakraden goed zijn vertegenwoordigd in de WVA, kan men onmogelijk om ons heen. Dat betekent dat we aan de voorkant het overzicht bewaren met alle relevante spelers.”
Nieuw is verder dat de WVA richting de opleidingsinstituten dé opdrachtgever wordt voor nieuw te ontwikkelen onderwijs. “Het opnieuw geordende stelsel wordt duidelijker, efficiënter en transparanter”, vindt Eva. “De vakraden komen beter in positie om de vraag uit de beroepspraktijk vast te stellen en daardoor kan de WVA meer waarde toevoegen als brug naar het onderwijs.” Het resultaat? Harm: “Onderwijs waarbij vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten, dat wordt aangestuurd door de praktijk en waarbij duidelijk is wie wat doet.”
Struikelend voorwaarts
Dat het werkt, zien Harm en Eva nu al ontstaan tijdens de zogenoemde doorleefsessies van Onderwijs Onderweg. “Het wordt vooral heel goed inzichtelijk wat er gebeurt als je stappen overslaat in het onderwijsstelsel”, zegt Eva. “Een goed voorbeeld is de verwerking van onderwijsaanpassingen voor Manschap 3.0: er ontbrak een impactanalyse voor zittend personeel. Goed dat dit tijdig werd vastgesteld. Dankzij dit soort voorbeelden merk je dat de motivatie groeit om het stelsel eigen te maken.” Harm: “Ik beschouw de nieuwe ordening van ons onderwijsstelsel als een leerkans. We gaan struikelend voorwaarts, want het blijft best ingewikkeld. De kunst is dat niet iedereen het complete stelsel hoeft te doorgronden, maar enkel het stukje waar hij verantwoordelijk voor is. Hoe meer we daarmee oefenen, hoe meer het vertrouwen groeit dat we het onderwijs krijgen waar de praktijk om vraagt.”






Actueel