René: “Het is een enorm warm bad, die internationale groep. Iemand zei: ‘Het voelt als een grote familie’. Het zijn allemaal gedreven mensen.”
Marije: “Die ‘internationale stroom’ is veel succesvoller dan tevoren gedacht. Het gaat niet alleen om kennisdelen, maar ook om verbinding met elkaar maken.”
René: “Vorige editie lag de focus op Patricia Graczyk, David Heyne en Gil Keppens en de introductie van de basis achter MD-MTSS. Nu zie je dat het gaat landen en het zich verspreidt. Chili heeft zich bijvoorbeeld net aangesloten.”
Marije: “Het belang van de internationale bijdragen is dat je ziet dat er een internationale beweging is. Het is niet ‘iets erbij’, maar staat nu op zich. Vorige keer lag het accent op thuiszitters, nu gaat het ook om kansenongelijkheid. Dan betreft het groepen, die vaak niet met hun verhaal de discussie weten te bereiken.”
René: “Alle landen zijn nu bezig met beleid rond schoolaanwezigheid. Dan is het goed om onze kennis uit te wisselen en verder te brengen. Ik zou volgende editie ook politici en beleidsmakers erbij willen, om samen aan de slag te gaan. Het doel nu is uitbreiden en verspreiden. Daarom hebben we er een Europees congres van gemaakt. Maar je ziet nu ook mensen buiten Europa, uit Chili en Australië.”
Marije: “Ja, dat vind ik toch bijzonder, dat iemand uit Australië voor drie dagen helemaal overkomt. Ook iemand van de OECD (Organisation for Economic Cooperation and Development, red.) is er.”
Hoe ontwikkelt zich dit congres nu verder? Marije en René hebben al ideeën. Wederom: uitbreiden en verspreiden.
Marije: “We hadden vorige keer 300 deelnemers, nu 560. Misschien moeten we naar een driedaags congres toe en er ook een werkconferentie van maken. Je ziet ook dat er nu mensen in de zaal zitten die nog nooit van het piramidemodel hebben gehoord en mensen die al tien jaar meelopen. Dan krijg je verschillende vragen. Die ‘newby’s’ moeten we een ander programma aanbieden. De mix van onderzoek en regionale praktijkvoorbeelden blijft, dat hoort bij elkaar. Ook de mix met sessie met jongeren en sessies met ouders.”
René: “Wat daarnaast belangrijk blijft voor dit congres, is de persoonlijke verbintenis, zodat iemand uit de wetenschap iemand uit de praktijk kan aanspreken. Op zo’n congres in de Verenigde Staten komen duizenden mensen, daar kom je kennis halen. Hier is het wat gemoedelijker, met oudhollandse spelletjes, ‘typical Dutch’.”
In de afsluitende bijeenkomst hebben de internationale deelnemers aangegeven tussentijds ook contact te willen. Online, maar vooral ook fysiek, omdat je dan eerder op nieuwe ideeën en oplossingen komt. Bijvoorbeeld een samenkomst zonder programma, niet zoals op een congres. Ook is er behoefte aan netwerkvorming, een online plek voor het delen van ontwikkelingen en kennis, en aan onderlinge consultatie.
“Ik heb iets geleerd van de sessie van het Veiligheid en Defensie College: duidelijkheid en regels werken toch het best, merk ik. Nee, dat is geen les voor mezelf, maar meer voor het team, mijn collega’s, haha. Zonder duidelijkheid en regels ontstaat ruis. Binnen je les kun je wel gewoon creativiteit de ruimte geven, hoor. Overigens doen we verder veel wel goed, hoor!”
“Ik neem mee dat we vaker het perspectief van de leerling moeten meenemen in ons onderzoek. In de sessie ‘Student Voices’ werd duidelijk hoe waardevol dat kan zijn. In de praktijk vergeten we dat nog te vaak en ligt de nadruk te veel op het curriculum. Daardoor willen we als docent vaak te snel vooruit. Voor mij is de les: echt leren luisteren naar de leerling – en daar vervolgens ook naar handelen.”
Jantine: “Een leerling die thuiszit kost de school en de maatschappij ontzettend veel geld. Uit onderzoek blijkt dat je er zelfs beter iemand voor kunt aannemen die leerlingen erbij probeert te houden – dat is uiteindelijk goedkoper.”
Willemieke: “De tip die we hier kregen: maak dat inzichtelijk voor je bestuur. Breng de kosten in kaart en laat zien wat het verschil is.”
Jantine: “Juist dat vond ik zo sterk aan dit congres: we konden in elkaars keuken kijken en leren van elkaar. Met wat creativiteit blijkt er veel mogelijk, qua aanpak, samenwerking en financiering.”
“Wat mij raakte deze dagen was het verhaal achter verzuim, zoals Milio van de Kamp dat schetste en zoals het in de opening de eerste dag door PS Theater naar voren kwam. Na twintig jaar lesgeven was ik het vuurtje een beetje kwijt, steeds weer nieuwe klassen die komen en gaan. Maar in mijn rol als ondersteuningscoördinator krijg ik de kans om dichter bij leerlingen te komen. Ik realiseer me hoeveel geluk ik zelf heb gehad in mijn schooltijd – en dat het niet vanzelfsprekend is om echt te luisteren en te kijken. Dit congres heeft me gestimuleerd daar werk van te maken.”