Terugblikken en vooruit­kijken

Hoe was de sfeer? Wat doen we met de inzichten? Hoe ontwikkelt het congres zich verder? Lees de verhalen van deelnemers en organisatoren. En beleef het mee in de foto’s.

De internationale stroom
Marije Brouwer (l.) en René Halberstadt

‘Het draait om verspreiden en uitbreiden’

De ‘inter­nationale stroom’ heet het achter de schermen: het contingent van 50 gasten van over de wereld en hun bijdrage op het congres. Dat is sinds de vorige editie twee jaar geleden flink gegroeid, met zelfs een parallel programma. Niet alleen leuk voor deze gasten, maar ook goed voor de Nederlandse praktijk. De koffie­kopjes en banners zijn nog niet opgeruimd of de ideeën voor doorgroei zijn er al. In gesprek met René Halberstadt en Marije Brouwer, organisa­toren van het congres vanuit Ingrado.

René: “Het is een enorm warm bad, die inter­nationale groep. Iemand zei: ‘Het voelt als een grote familie’. Het zijn allemaal gedreven mensen.”

Marije: “Die ‘inter­nationale stroom’ is veel succes­voller dan tevoren gedacht. Het gaat niet alleen om kennis­delen, maar ook om verbinding met elkaar maken.”

René: “Vorige editie lag de focus op Patricia Graczyk, David Heyne en Gil Keppens en de introductie van de basis achter MD-MTSS. Nu zie je dat het gaat landen en het zich verspreidt. Chili heeft zich bijvoorbeeld net aan­gesloten.”

Marije: “Het belang van de inter­nationale bijdragen is dat je ziet dat er een internationale beweging is. Het is niet ‘iets erbij’, maar staat nu op zich. Vorige keer lag het accent op thuiszitters, nu gaat het ook om kansen­ongelijkheid. Dan betreft het groepen, die vaak niet met hun verhaal de discussie weten te bereiken.”

René: “Alle landen zijn nu bezig met beleid rond school­aanwezig­heid. Dan is het goed om onze kennis uit te wisselen en verder te brengen. Ik zou volgende editie ook politici en beleids­makers erbij willen, om samen aan de slag te gaan. Het doel nu is uitbreiden en verspreiden. Daarom hebben we er een Europees congres van gemaakt. Maar je ziet nu ook mensen buiten Europa, uit Chili en Australië.”

Marije: “Ja, dat vind ik toch bijzonder, dat iemand uit Australië voor drie dagen helemaal overkomt. Ook iemand van de OECD (Organisation for Economic Cooperation and Development, red.) is er.”

René Halberstadt (l.), Patricia Graczyk (m.) en Marije Brouwer

Hoe ontwikkelt zich dit congres nu verder? Marije en René hebben al ideeën. Wederom: uitbreiden en verspreiden.

Marije: “We hadden vorige keer 300 deelnemers, nu 560. Misschien moeten we naar een drie­daags congres toe en er ook een werk­conferentie van maken. Je ziet ook dat er nu mensen in de zaal zitten die nog nooit van het piramide­model hebben gehoord en mensen die al tien jaar meelopen. Dan krijg je verschillende vragen. Die ‘newby’s’ moeten we een ander programma aanbieden. De mix van onderzoek en regionale praktijk­voorbeelden blijft, dat hoort bij elkaar. Ook de mix met sessie met jongeren en sessies met ouders.”

René: “Wat daarnaast belangrijk blijft voor dit congres, is de persoon­lijke verbintenis, zodat iemand uit de wetenschap iemand uit de praktijk kan aanspreken. Op zo’n congres in de Verenigde Staten komen duizenden mensen, daar kom je kennis halen. Hier is het wat gemoede­lijker, met oudhollandse spelletjes, ‘typical Dutch’.”

In de afsluitende bijeenkomst hebben de inter­nationale deelnemers aangegeven tussentijds ook contact te willen. Online, maar vooral ook fysiek, omdat je dan eerder op nieuwe ideeën en oplossingen komt. Bijvoorbeeld een samenkomst zonder programma, niet zoals op een congres. Ook is er behoefte aan netwerkvorming, een online plek voor het delen van ontwikke­lingen en kennis, en aan onderlinge consultatie.

Reacties

Dit neem ik mee

Voorbeelden, inspiratie, nieuwe contacten. En nu komt het erop aan daar iets mee te doen in je eigen praktijk. Vier deelnemers vertellen wat zij meenemen.

1.

‘Duidelijkheid en regels werken’

“Ik heb iets geleerd van de sessie van het Veiligheid en Defensie College: duidelijkheid en regels werken toch het best, merk ik. Nee, dat is geen les voor mezelf, maar meer voor het team, mijn collega’s, haha. Zonder duidelijkheid en regels ontstaat ruis. Binnen je les kun je wel gewoon creativiteit de ruimte geven, hoor. Overigens doen we verder veel wel goed, hoor!”

Miranda Smid, docent ROC Noorderpoort
Miranda Smid, docent ROC Noorderpoort
2.

‘Leren luisteren’

“Ik neem mee dat we vaker het perspectief van de leerling moeten meenemen in ons onderzoek. In de sessie ‘Student Voices’ werd duidelijk hoe waardevol dat kan zijn. In de praktijk vergeten we dat nog te vaak en ligt de nadruk te veel op het curriculum. Daardoor willen we als docent vaak te snel vooruit. Voor mij is de les: echt leren luisteren naar de leerling – en daar vervolgens ook naar handelen.”

Koen Rosema, leerkracht PO en onderzoeker (Kohnstamm Instituut)
Koen Rosema, leerkracht PO en onderzoeker (Kohnstamm Instituut)
3.

‘Beter iemand aannemen’

Jantine: “Een leerling die thuiszit kost de school en de maatschappij ontzettend veel geld. Uit onderzoek blijkt dat je er zelfs beter iemand voor kunt aannemen die leerlingen erbij probeert te houden – dat is uiteindelijk goedkoper.”
Willemieke: “De tip die we hier kregen: maak dat inzichtelijk voor je bestuur. Breng de kosten in kaart en laat zien wat het verschil is.”
Jantine: “Juist dat vond ik zo sterk aan dit congres: we konden in elkaars keuken kijken en leren van elkaar. Met wat creativiteit blijkt er veel mogelijk, qua aanpak, samenwerking en financiering.”

Jantine van Steenbergen en Willemieke Boot, De Meerwaarde, Barneveld
Willemieke Boot (l.) en Jantine van Steenbergen, De Meerwaarde, Barneveld
4.

‘Dichter bij de leerlingen’

“Wat mij raakte deze dagen was het verhaal achter verzuim, zoals Milio van de Kamp dat schetste en zoals het in de opening de eerste dag door PS Theater naar voren kwam. Na twintig jaar lesgeven was ik het vuurtje een beetje kwijt, steeds weer nieuwe klassen die komen en gaan. Maar in mijn rol als ondersteunings­coördinator krijg ik de kans om dichter bij leerlingen te komen. Ik realiseer me hoeveel geluk ik zelf heb gehad in mijn schooltijd – en dat het niet vanzelf­sprekend is om echt te luisteren en te kijken. Dit congres heeft me gestimuleerd daar werk van te maken.”

Rineke Geus, docent en ondersteuningscoördinator Landstede