
Foto: Ingmar Vos
Crisisbeheersing ‘leert het spel te spelen’
In etappe 3 van het programma Onderwijs Onderweg begonnen we een onderzoek naar de vraag vanuit de beroepspraktijk voor de opleidingen voor beginnend Operationeel Leider en Leider CoPI. Inmiddels doen betrokkenen aan de hand van beide functies ervaring op met het opnieuw geordende onderwijsstelsel. Albert Gieling en Sanne van Schie vertellen over de inzichten die dat heeft opgeleverd.
Albert (teamleider Crisisbeheersing bij Veiligheidsregio Twente) en Sanne (Afdelingshoofd Crisisbeheersing ad interim bij Veiligheidsregio Fryslân) zijn beiden vertegenwoordigd in zowel de Vakraad Risico- en Crisisbeheersing als de Werkveldadviescommissie. In die hoedanigheid zijn zij betrokken bij de herziening van kwalificatiedossiers en de daaruit volgende onderwijsvernieuwing voor de beginnend Operationeel Leider en Leider CoPI.
Waar staan we met de vernieuwingen voor deze functies?

Albert: “Het vertrekpunt was dat we met behulp van Onderwijs Onderweg zouden toewerken naar een vaststelling van een nieuw kwalificatiedossier voor beide functies. Dat is nog niet gebeurd en die noodzaak lijkt op dit moment ook niet urgent. Dit gaan we nog bespreken in de vakraad. Dat heeft ermee te maken dat het NIPV de opleidingen voor beginnend Operationeel Leider en Leider CoPI tussentijds – in 2024 – al heeft aangepast. De resultaten daarvan zijn erg goed ontvangen in het werkveld.”
Sanne: “Door deze positieve ontwikkeling voelen we de ruimte om rustig aan de slag te gaan met het opnieuw geordende onderwijsstelsel van Onderwijs Onderweg. Alle betrokkenen zien namelijk in dat deze nieuwe methodiek ons in de toekomst gaat helpen om onderwijs en praktijk beter op elkaar te laten aansluiten. Laten we de tijd nemen om het ook meteen goed neer te zetten.”
Hoe gebruiken jullie de onderwijscirkel daarbij?

Sanne: “Annemarie van Daalen is vanuit Onderwijs Onderweg begonnen om de vraag uit de beroepspraktijk op te halen. Dit schetst een mooi beeld van de ontwikkelingen binnen crisisbeheersing. Met als belangrijk voorbeeld dat onze functionarissen vaker te maken krijgen met langdurige crises. We zijn nu in samenwerking met het NIPV aan het onderzoeken wat de taken zijn van leiders bij een langdurige inzet. Daardoor kunnen we de vraag uit de beroepspraktijk verhelderen. De onderwijscirkel maakt inzichtelijk welke stappen je moet doorlopen om de praktijkbehoefte vervolgens te vertalen naar passend onderwijs.”
Albert: “Voor de functie van Leider CoPI hebben we de cirkel doorlopen door op metaforische wijze een emmertje te vullen en door te geven. Dat begint met die vraag uit de beroepspraktijk. Hoe haal je die op? Wie is daarna aan zet? Welke informatie draag je over? Wie heeft welke rol? Wat kun je ermee als jij het gevulde emmertje krijgt overgedragen?”
Welke inzichten heeft dit opgeleverd?
Albert: “We zijn inmiddels bekend met de spelregels, maar het spel leren spelen is toch nog wel heel iets anders. Het is best ingewikkeld om met alle betrokkenen en over de hele breedte van ons vakgebied de cyclus te doorlopen van praktijk naar onderwijs naar evaluatie. Dit vraagt iets van onze collega’s die een rol in het onderwijsstelsel vaak verrichten naast hun reguliere functie. Je moet het onderwijssysteem doorgronden en eigen maken. Daarom is het belangrijk om het stelsel met elkaar vooral praktisch werkbaar te maken en te houden.”
Sanne: “Het stelsel is simpel en complex tegelijk. De onderwijscirkel is heel duidelijk, maar als je het toepast op een casus blijkt het toch ingewikkelder dan gedacht. Je moet met elkaar snappen waar je het precies over hebt, wat er van jou wordt gevraagd en wat je van elkaar verwacht. Door gebruik van de onderwijscirkel maak je de opgave die op tafel ligt veel explicieter.”
Albert: “De notitie ‘Klaar voor sterk samenspel’ van Onderwijs Onderweg slaat de spijker op zijn kop. We moeten veel meer samen optrekken. Om een voorbeeld te noemen: de Werkveldadviescommissie wordt soms gezien als een black box. Je stopt er iets in, er komt iets uit, maar hoe bepaalde keuzes en afwegingen worden gemaakt is niet altijd duidelijk. Door het gebruik van de onderwijscirkel worden dit soort processen inzichtelijk. Ook de betrokkenheid van het werkveld wordt groter. Niet door alleen studenten te bevragen over hun opleiding, maar alle betrokkenen die in de praktijk te maken krijgen met onze functionarissen.”
Hoe nu verder?
Sanne: “Er staan de komende maanden nieuwe doorleefsessies gepland. Het doorgronden van het onderwijsstelsel kost weliswaar veel tijd, maar we zijn ervan overtuigd dat het iets gaat opleveren. Het belangrijkste is dat de beroepspraktijk de opleidingen krijgt die zij nodig heeft. Hoewel dat door de recente aanpassingen van het NIPV voor de opleidingen Operationeel Leider en Leider CoPI momenteel naar tevredenheid is ingevuld, blijft de opgave bestaan om de aansluiting tussen onderwijs en praktijk te verbeteren.”
De vraag uit de beroepspraktijk
Het onderzoek dat Annemarie van Daalen namens Onderwijs Onderweg uitvoerde, leverde een eerste beeld op van wat de beroepspraktijk vraagt van Operationeel Leiders en Leiders CoPI. Zo krijgen crisisfunctionarissen steeds vaker te maken met langdurige crises. De coronacrisis en de opvang van vluchtelingen zijn daar voorbeelden van. Dat roept de vraag op of een Operationeel Leider zowel korte als langdurige crises moet kunnen coördineren, of dat hiervoor verschillende rollen nodig zijn.
Ook de rol van Leider CoPI is in beweging. In sommige regio’s beperkt deze zich niet meer tot het brongebied, maar stuurt de Leider CoPI ook het effectgebied aan. Bovendien zijn er verschillen tussen regio’s in de manier waarop de functie wordt ingevuld. Een ander belangrijk aandachtspunt is vakbekwaam blijven. Zowel Operationeel Leiders als Leiders CoPI geven aan behoefte te hebben aan meer tijd om hun kennis en vaardigheden op peil te houden.
Lees meer over de opbrengsten van het onderzoek in het eerdere artikel ‘Eerste praktijkbeeld crisisbeheersing’.
//





Actueel