“Op 1 januari 2015 kregen zo’n achthonderd professionals in één klap een nieuwe baan. Niemand die hen kon inwerken, er waren nauwelijks faciliteiten. Terwijl we wel een rendementsdoelstelling hadden en de maatschappelijke verwachtingen torenhoog waren. Tegelijkertijd wilden we voorkomen dat we een instituut zouden optuigen met nieuwe protocollen en netjes afgevinkte managementdoelen, zonder dat de Rotterdammer er beter van zou worden.”
“Drie facetten van de Rotterdamse wijkteams vind ik de belangrijkste. Een wijkteam is een integraal team met een brede blik op problemen van volwassen en kinderen. De VraagWijzers maken het mogelijk dat de wijkteams worden vrijgespeeld voor de zwaardere problematiek. En wijkteams sluiten contracten met zorginstellingen. Zij blijven hun medewerkers met verschillende expertise inhoudelijk aansturen, terwijl de gemeente de regie houdt.”
“De 43 teams gingen gelijktijdig van start. Daardoor zijn er tussen de wijken nog grote verschillen in bijvoorbeeld bereikbaarheid en toegankelijkheid. Dit komt ook doordat de teams met verschillende zorgaanbieders werken. Je positie innemen in een groter team van spelers in de wijk kost tijd. In sommige wijken verliep het contact met scholen stroef, terwijl zij juist zulke belangrijke ingangen zijn naar de gezinnen. Het contact met huisartsen werd soms bemoeilijkt door vragen over privacyregels. Ook moesten we onze taken helderder afbakenen. Radicalisering? Scheiding? We zijn geen duizenddingendoekje.”
“Voor de komende periode wil ik medewerkers drie uitdagingen voorleggen: Hoe zorg je voor de juiste hulp en de juiste route bij financiële problemen? Hoe zorgen we dat ook zelfredzame Rotterdammers tijdig en goed geholpen worden? Hoe zorgen teams ervoor dat duurdere tweedelijnsvoorzieningen niet te snel worden ingezet? En wat heb jij hiervoor nodig? Ik ga het vermogen om te leren en reflecteren niet opleggen via protocollen of medewerkers door een wasstraat van opleidingen halen. Ik wil van hen weten welke handvatten ze nodig hebben om die transformatie door te maken. En probeer daarbij de frisheid en passie te bewaren waarmee ze tot nu toe hun werk doen.”
Anne Coenen: “We geven meer uit dan we ontvangen. Daarvoor hebben we gekozen. Maar we moeten wel binnen de kaders komen. De wijkteams krijgen een grote rol om sneller bij problemen te zijn, zodat we de inzet van dure tweedelijnszorg kunnen voorkomen.”
Anne Coenen: “Het is belangrijk dat we elkaar leren kennen. Niet pas wanneer het erom spant, maar door er de tijd voor te nemen.”
Anne Coenen:“Corporaties hebben goed zicht op hun huurders en zien veel dingen. Dan kunnen wij er eerder bij zijn.”