De rol van de teamleider is cruciaal. Denk daarom goed na wie je aanstelt in deze functie, het kan van invloed zijn op de prestaties van je wijkteam. Deze aanbeveling komt van Bram Steijn, hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.Steijn doet onderzoek naar het lerend vermogen en prestaties van wijkteams in grote steden. Hij volgt daarvoor drie jaar lang dezelfde 184 wijkteams. Voor het onderzoek wordt zowel aan teamleiders als teamleden gevraagd hoe het wijkteam volgens hen presteert. De eerste resultaten uit 2016 en 2017 laten onder andere grote verschillen zien, niet zozeer tussen gemeenten, maar vooral tussen wijkteams binnen dezelfde stad. “Teams gaan hun eigen weg, de een heeft het beter voor elkaar dan de ander. Praat dus als wijkteams ook met elkaar om van elkaar te leren.”
Wat maakt dat een team goed presteert? Steijn keek naar zeven aspecten: de mate van autonomie, doel- en taakgerichtheid, samenwerking met ander partijen, de teamleider, de bevlogenheid in het team, overtollige regels (red tape) en beschikbare faciliteiten. Ook hier laten de resultaten veel spreiding en variatie zien. “De ene gemeente heeft meer regels en bureaucratie dan de anderen, maar er is ook een verschil in beleving van die regels. Ook dat verschilt tussen en zelfs binnen teams.”
Drie aspecten steken er bovenuit als voorwaarden voor een goede teamprestaties: voldoende ruimte voor zelfmanagement (vertrouwen in de professionele autonomie), taakgerichte samenwerking binnen het wijkteam (weten waar je het voor doet) en goede faciliteiten (bijvoorbeeld goede bespreekkamers). Steijn: “Het verraste mij dat het ervaren van veel overbodige regels geen invloed heeft op teamprestaties. Ook de grootte van het team en de externe samenwerking hebben nauwelijks invloed.”
Het genoemde zelfmanagement hangt samen met een leidinggevende die medewerkers ruimte durft te geven eigen beslissingen te nemen. “Als teamleden steun ervaren van hun leidinggevende presteren ze beter. De keuze voor je teamleider is dus in meer opzichten cruciaal. Dat klinkt triviaal, maar wordt vaak onderschat.”
Den Haag kent 24 Sociaal Wijkteams. Een verschil met Rotterdam is de doelgroep: 20% heeft complexe multiproblematiek en de wijkteams zijn er alleen voor volwassen. De teamleden zijn specialisten in dienst van hun moederorganisatie en werken gemiddeld acht uur per week voor het wijkteam van de gemeente. De teams worden samengesteld op basis van het dna van de wijk, zo is het ene team meer gericht op ouderenzorg, het andere op mensen met een beperking.
Naast het kernteam met specialisten uit zorg, welzijn en gemeente is er een tweede ring: professionals in de wijk (huisartsen, wijkagenten, woningcorporaties, scholen) en een derde ring: informele zorg, zoals kerken en mantelzorgers. Sandra Charlouis , coördinator Sociaal Wijkzorgteam: “Hier moeten we nog meer in investeren. De huisarts, de woningbouwvereniging, de wijkagent, de kerk: ze kunnen doorgeven dat ze vermoeden dat het niet goed gaat met iemand. Die signalen hebben we nodig om nog eerder contacten te leggen met doelgroep.”
Het leren en innoveren schiet er in Den Haag nog wel bij in, erkent Erik Jan Bosch, stedelijk coördinator Sociale Wijkzorgteams Den Haag. “Mensen toeleiden naar de juiste zorg. Daar gaat het om. Ik stimuleer de teamleden daarom zich echt op de klant te richten, niet op de organisatie waar ze voor werken. ‘Regel dat er zorg komt. Daar ben je voor!’. Dit doelgerichte werken gaat ten koste van andere dingen, zoals leren en innoveren. Daar is vaak geen tijd voor. We zijn wel bezig met een leergang op de Haagse Hogeschool. Heel waardevol, maar het is nog bijzaak.”
“Ik ben blij verrast door de positieve vibe die ik hier ervaar rond de wijkteams. In de buitenwereld hoor ik veel ach en wee en kommer en kwel. Over bureaucratie, administratie, beschikkingen, facturatie, enzovoort. Hier hoor ik een ander geluid. Het wijkteam is op veel plaatsen echt een belangrijke spil in de wijk. Men ziet heil in de doorontwikkeling, waarbij vragen worden gesteld als: Werken we aan de bedoeling? Kan het goedkoper? Waarom zijn we ook alweer opgericht? Het positieve geluid over deze doorontwikkeling is er gelukkig ook.”
“Boeiend om te zien hoe we allemaal worstelen om het werken in wijkteams vorm te geven. Want een worsteling is het soms. Ik zou het mooi vinden als we ook meer accent konden leggen op preventie. De presentaties waren vooral gericht op de wijkteams zelf, dat is ook heel legitiem. Ik vind het belangrijk dat we ook de klanten naar voren halen. Hoe beleven zij het wijkteam? Als onderzoeker was ik vooral geïnteresseerd in het lerend vermogen van de wijkteams. Dat kan nog veel meer uitgediept worden.”