Sessie Hulp voor ongedocumenteerde ouders

‘Doe gewoon de dingen die nodig zijn’

Voor hulp aan ongedocumenteerde ouders bestaan geen standaard­oplos­singen. Maar dat betekent niet dat zij nergens terechtkunnen. Onder andere Joyce Aboagye van Joy Kraamzorg en Tineke den Hertog van inloophuis Wereldhuis bieden deze groep hulp en zorg. Daarvoor moeten zij wel behoorlijk wat hobbels nemen.

Amsterdam telt naar schatting 10.000 tot 30.000 ongedocumenteerden, vertelt Den Hertog. “Dat die schatting zo ruim is, is omdat ongedocumenteerden graag onzichtbaar blijven. Daar zijn ze vaak heel goed in.” Een groot deel van hen verblijft in Amsterdam-Zuidoost met haar vele informele netwerken.

De taal is een groot probleem voor deze groep, vult Tineke den Hertog aan. Voorlichting in verschillende talen is daarom hard nodig. Een jonge vrouw uit Nigeria beaamt dat. “Ik moet vaak met mijn kind naar de dokter, maar ik spreek geen Nederlands. Als ik bel om een afspraak te maken, spreekt de assisente Nederlands. Dan houdt het snel op”, vertelt ze in het Engels.

Culturele verschillen

Er moet ook meer aandacht komen voor culturele verschillen, vindt Aboagye. De van oorsprong Ghanese vrouw is kraamverzorgster in Amsterdam-Zuidoost. Een beroep dat veel migrantenvrouwen niet kennen, want kraamzorg is een uniek Nederlands fenomeen. “Daar moet je je van bewust zijn. Maar je moet ze ook vertellen dat kraamzorg hen heel goed kan helpen.”

Datzelfde geldt voor zaken als borstvoeding. Ook daar moet voorlichting in verschillende talen voor komen. En dan graag op een goede website, niet op allerlei verschillende platformen. En die voorlichting moet ook de omgeving bereiken. “Want als de pastoor zegt dat bijvoeden nodig is, gaan de vrouwen bijvoeding geven.” Aboagye heeft weleens gehad dat een baby twintig schepjes poeder in fles kreeg. “En hoe dikker de pap, hoe langer ze slapen. Als je grote zorgen hebt en hard moet werken is het fijn als een kind veel slaapt. Maar gezond is het niet.”

Om dit soort zaken over het voetlicht te brengen bezoekt Aboagye ook af en toe een kerkgemeenschap. “Zo creëer je vertrouwen. En daar staat of valt zorg voor deze groep mee. Dus houd hen vast en zorg voor een warme overdracht als ze naar een andere hulpverlener moeten. Ga de eerste keer met hen mee. En noem elkaar collega’s; dat zorgt voor het nodige vertrouwen. Doorverwijzen alleen is een risico.”

Praktijkcasus

Aboayge en Den Hertog leggen de deelnemers aan de sessie een praktijkcasus voor: Rabia is zes maanden zwanger en met haar tienerzoon naar Nederland gekomen voor gezinshereniging. Omdat haar man ziek is en niet genoeg kan werken, voldoet zijn inkomen niet aan de norm van de IND en is Rabia’s verblijfsaanvraag afgewezen. De kraamzorg signaleert dat ze in een vervuilde woning leven. De zieke man slaapt op een matrasje op de grond en in de keuken ligt bedorven voedsel. De kraamverzorgster vindt Rabia warrig. Ze blijft maar herhalen: “Vader, moeder levend begraven”. En haar tienerzoon blijkt serieuze problemen op school te hebben. Hoe kan dit gezin geholpen worden?

De deelnemers concluderen dat ze dit niet alleen kunnen. De hulpvragen van ongedocumenteerde ouders zijn vaak heel ingewikkeld, omdat het om complexe en specifieke zorgvragen gaat. “Die kennis heb je inderdaad niet als algemeen maatschappelijk werker”, vat Den Hertog samen. “Als je deze mensen voor de lange termijn wil helpen, heb je vaak juristen nodig. Want je moet ervoor waken dat je ze van de regen in de drup helpt.”

De deelnemers geven aan ook vaak niet te weten waar ze informatie kunnen vinden die ongedocumenteerden verder helpt. Den Hertog wijst hen op de website van de Rode Kruis, de Amsterdam City Rights-app en het Blauwe Boekje van De Regenboog Groep. Maar ze drukt de aanwezigen ook op het hart om zelf hulp te vragen.

‘Hulp en zorg voor deze groep staat of valt met vertrouwen’

Wereldmoeders

‘Haar’ Wereldhuis, een inloophuis voor mensen zonder papieren, is met het project Wereldmoeders gestart dat zich richt op alleenstaande ongedocumenteerde moeders. De vrouwen komen samen op locaties in Amsterdam-Oost en Amsterdam-Zuid waar hun kinderen een veilige plek hebben om te spelen. De moeders krijgen cursussen en workshops die zijn gericht op empowerment.

Den Hertog: “En wij bieden hen toegang tot zorginstellingen en gemeentelijke organisaties. Of proberen ze daar in ieder geval mee te helpen.”

Je moet echt flexibel zijn om deze vrouwen te helpen, benadrukt Aboagye. “Ze bellen vaak midden in de nacht als problemen vaak al heel groot zijn. Eerder vragen ze niet om hulp. Maar dan kun je niet zomaar ophangen en zeggen dat ze morgen terug moeten bellen.”

“En heb de moed om af en toe buiten de lijntjes te kleuren”, vult Den Hertog aan. “Doe gewoon de dingen die nodig zijn.” Zo delen ze bij Kraamzorg Joy tegenwoordig op vrijdag voedselpakketten uit, geeft Aboagye als mooi voorbeeld. “Dat slaat niemand over, want er is altijd honger. En terwijl de moeders het pakket controleren, kijken wij hoe het met de zwangerschap gaat.”

Colofon

Deze website is gemaakt in opdracht van GGD Amsterdam.

Teksten: Karlijn Broekhuizen, Marijn Kramp en Robin Ouwerkerk
Eindredactie: Karlijn Broekhuizen
Fotografie: Sanne Couprie
Vormgeving en techniek: Lisanne Gottenbos