Plenair programma

Buiten de muren

Theatergroep Buiten de muren bestaat uit een club bijzondere spelers: patiënten uit een Utrechtse tbs-kliniek. Ze willen met hun theater de maatschappij laten zien wie zij zijn, want veel is onbekend. Tijdens de week van de Gezonde en Kansrijke Start spelen zij scènes uit het leven van een kind in een kwetsbare situatie en laten ze zien hoe moeilijk het is om ‘achter de voordeur’ te komen.

De eerste scènes die ze laten zien zijn gebaseerd op hun eigen verhalen. De zogeheten ‘wiegscenes’ zijn ervaringen van hoe zij zijn opgegroeid. Waar stond hun wieg en wat had dat voor invloed op hen als baby? We zien zintuigelijke scènes; spelers liggen in foetushouding op de grond, er klinkt een speeldoosje, anderen beschrijven de geuren en herinneringen aan vroeger. Sommige spelers hebben zich als baby niet gehoord en eenzaam gevoeld, denken dat ze er niet toe doen. Of hoorden als baby de ruzie van hun ouders, voelden buikkrampjes en dachten: had ik maar een normale jeugd. Anderen hadden het thuis beter, kregen voeding, speelgoed, een warm huis en hebben liefde en aandacht gevoeld.

Reactie

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer:

‘Vraag je gelijk af wat de impact is op een kind’

“Mooi om de vraag centraal te stellen wat kinderen nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen. We weten dat dat in allerlei aspecten zit. In voeding, in taal, in affectie met ouders. En dat er op jou als kind wordt gereageerd. Bij kleintjes is dat heel belangrijk. Het is wezenlijk dat een kind zich gezien en gehoord voelt. Dat is niet eenvoudig, maar het begint ook als professional met het tonen van affectie. Als je als professional te maken hebt met trauma of schulden bij ouders, moet je je gelijk bewust zijn wat de impact hierop is voor een kind. Stel het perspectief van het kind centraal. Vraag je af: wat heeft een kindje nodig? Is er een netwerk waar we gebruik van kunnen maken? En kijk waar je kunt compenseren: is er misschien een lieve oma in de buurt? Zorg dat een kind naar de kinderopvang kan. Laat je daarbij niet afschrikken. Wees eigenwijs en ga over schotten heen. Ik weet dat protocollen, regels en controles soms enorm in de weg zitten. Maar als ik met kinderen praat, zeggen ze vaak: “Zo heeft nog nooit iemand met me gepraat. Maar zo ingewikkeld is het niet. Ik kijk en luister naar het kind: ‘wie ben jij?’ Mijn laatste hartenkreet: zie de mens.”

Het is tijd voor een volgende scène van Buiten de muren. Een opgetogen vrouw staat voor een huisdeur. Ze heeft er zin in vertelt ze. Een dagje huisbezoeken afleggen. Altijd goed. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Tot grote hilariteit van de toeschouwers die de situatie maar al te goed herkennen, komt de GGD-medewerker niet binnen.

Plantjes water

Sorry, reageert een eerste man, ik ben hier alleen maar de plantjes aan het watergeven. Bij een volgende deur ratelt een vrouw in een onverstaanbare taal. Weer een deur verder is iemand te druk met een lekkende wasmachine. Of blijkt er gisteren al een collega te zijn langs geweest. Overal haalt ze bakzeil en kan ze onverrichterzake verder. De moed zakt de GGD-medewerkster in de schoenen. Het tweede deel van de scène speelt zich af achter een van deze voordeuren waar Priscilla nog niet zo lang met haar dominante en agressieve vriend samenwoont. Echt lekker gaat niet vertrouwt ze het publiek toe en nu blijkt ze ook nog zwanger. Ze durft het niet tegen haar vriend te zeggen maar heeft de situatie wel besproken met iemand van haar kerkgemeenschap. Die heeft haar gekoppeld aan iemand van Voorzorg. En die komt vandaag langs. Maar als hij voor de deur staat komt ’ie niet langs haar vriend die de deur opendoet.

Doorvragen

De toeschouwers wordt om advies gevraagd. Wat is een kansrijker aanpak om toch binnen te komen? “Niet zo onzeker zijn en je eerst even voorstellen”, adviseert een van de mensen uit de zaal. “Ook niet vragen of je binnen mag komen, maar zeggen dat je met hen komt praten.” Dit wordt gespeeld, maar helaas zonder resultaat. Toeschouwers denken dat de hulpverlener er goed aan had gedaan om de vrouw van tevoren goed uit te vragen. Dan kun je beter op de situatie anticiperen en heb je meer zicht op mogelijke oplossingen. Ook dit gesprek wordt met Priscilla nagespeeld. Zij had na afloop nog een goede tip voor de zaal: “Vraag in dit soort gesprekken breder door. Want vaak zijn er nog meer problemen in dit soort situaties.”

Reacties

Astrid Philips, ervaringsdeskundige:

‘Wij worden hoopverleners genoemd’

“Het is belangrijk dat professionals de ruimte krijgen om huisbezoeken te doen. Die kunnen ook plaats hebben op een plek die vertrouwd is. En er kunnen ervaringsdeskundigen mee om vertrouwen te winnen. Wij worden ook wel eens hoopverleners genoemd. Dat vind ik een goede benaming. Ik ga niet zeggen dat mensen het zo of zo moeten doen omdat dat mij zo heeft geholpen. Elk mens is anders, en ieders omstandigheden verschillen. Wel kunnen wij vragen of mensen iets willen proberen wat ons heeft geholpen. Zo ga je op zoek naar de bron van hun kracht om die aan te boren.”

Tanja Jadnanansing, stadsdeelbestuurder Zuidoost:

‘Maatwerk leveren en flexibel zijn’

“Elke scene van theater Buiten de muren is herkenbaar, voor elk stadsdeel. Niet alleen voor Zuidoost. Wat ik geleerd heb vandaag is dat als je mensen echt verder wilt helpen, je maatwerk moet willen leveren en flexibel moet willen zijn. Wij werken vooral overdag, terwijl onze doelgroep tussen 18 en 21 uur hulp nodig heeft. Dan hebben ze tussen hun vier of vijf banen door even tijd om ons te bellen. Wij kunnen beleidsnota’s schrijven wat we willen, maar als die mensen vooral tussen 18 en 21 uur hulp vragen en wij dan dicht zijn, tsja… dan bereiken we niets. We moeten het samen met hen doen, alleen dan hebben we het gewenste resultaat. Daarvoor haal ik graag de woorden van Gandhi aan: ‘Als je iets voor mij wilt doen, maar zonder mij, dan ben je tegen mij’.”

Azucena Moreno, teamcoach bij de Kraamvogel:

‘Als we binnen zijn, zien we veel’

“Die gesloten deur komt niet zo vaak voor. Kraamverzorgsters komen over het algemeen goed achter de voordeur. En als we binnen zijn, zien we veel. Daar kunnen we wat mee voor een gezonde kansrijke start van het kind. Daarbij is het wel belangrijk dat we goed contact hebben met andere disciplines. Met de verloskundige, met jeugdzorg. Met het buurtteam. Dan kunnen we uitwisselen wat er nodig is om goed contact te maken met een gezin. Daar moeten we samen aan werken.”

Esther Lagendijk, stadsdeelbestuurder Amsterdam-Noord:

‘We moeten het lokaal houden’

“In de netwerkbijeenkomst voor Amsterdam-Noord ging het over psychische problemen van ouders. Mijn ervaring is dat er best vaak bekend is dat er iets aan de hand is in een (aankomend) gezin, maar dat er geen overdracht is. Bijvoorbeeld, een gezin is wel bekend bij een buurteam, maar als de verloskundige komt, begint die helemaal blanco. De samenwerking tussen professionals op lokaal niveau en zelfs op buurtniveau is nog onvoldoende. Als je niet overdraagt, geen contact hebt met andere professionals of met informele organisaties, wordt het lastig om problemen op te lossen.
Mensen zitten altijd in een bepaald netwerk, zijn altijd ergens bekend. Daar kunnen we veel beter gebruik van maken als we beter met elkaar samenwerken. Dat kunnen we stimuleren vanuit de gemeente, bijvoorbeeld door overleg te faciliteren. Maar het moet professionals niet te veel tijd kosten. We moeten het lokaal houden. Mensen wonen in een buurt, hebben hun netwerk in de buurt. Daar moeten we gebruik van maken. Dat zet ze ook in hun kracht.”

Colofon

Deze website is gemaakt in opdracht van GGD Amsterdam.

Teksten: Karlijn Broekhuizen, Marijn Kramp en Robin Ouwerkerk
Eindredactie: Karlijn Broekhuizen
Fotografie: Sanne Couprie
Vormgeving en techniek: Lisanne Gottenbos