Colofon
Deze website is gemaakt in opdracht van GGD Amsterdam.
Teksten: Karlijn Broekhuizen, Marijn Kramp en Robin Ouwerkerk
Eindredactie: Karlijn Broekhuizen
Fotografie: Sanne Couprie
Vormgeving en techniek: Lisanne Gottenbos
Babypop Sami is het afgelopen half jaar doorgegeven in het netwerk van zorg- en welzijnsorganisaties rondom vrouwen in een afhankelijke positie. De pop fungeerde als symbool om organisaties eraan te herinneren met dit onderwerp bezig te blijven en elkaar op te zoeken. Daarbij lag ook de vraag op tafel hoe het netwerk om deze vrouwen versterkt kan worden en er meer gebruik gemaakt worden van informele organisaties, die vaak een ingang hebben bij deze groep?
De opbrengst tot nu toe: formele en informele organisaties hebben elkaar door de bijeenkomsten beter leren kennen. “Er zijn echt betere contacten ontstaan”, vertelt een verloskundige. “Met een aantal informele organisaties hebben we bijvoorbeeld voor Bulgaarse vrouwen, een voor ons moeilijk bereikbare groep, een centering zorggroep opgericht. Een jeugdverpleegkundige beaamt: “Het is fijn dat de lijntjes korter zijn. Wij stemmen nu gemakkelijker af met bijvoorbeeld psychologen, sparren over problemen waarin zij meer inzicht hebben. Ook het programmateam van de GGD Amsterdam heeft niet stilgezeten. Arts bij de GGD Amsterdam Marit Recourt: “Er zijn zo’n tien aandachtsfunctionarissen aangesteld die zich nu gericht bezighouden met bepaalde thema’s. En we zijn een centering support-groep gestart, die meerdere oudergroepen ondersteunt. Bijzonder is dat we echt vanuit co-creatie zijn gaan samenwerken. Zo worden er activiteiten georganiseerd door informele partijen waar wij nu bij aansluiten. Dat is nieuw, dat wij als instanties naar de moeders toegaan in plaats van andersom.”
Er is dus een goede start gemaakt. Liggen er nog vragen open? Een deelnemer: “Het blijft een uitdaging om goed in kaart te brengen bij welke instanties vrouwen in beeld komen en van daaruit te kijken welke zorg nodig is. Een medewerker van een kraamzorgbureau: “Wij zitten in de eerste lijn en zien vrouwen in een vroeg stadium. Als blijkt dat er meer hulp nodig is, loopt dat vaak via de verloskundigen. Als de samenwerking er eenmaal is, gaat het meestal wel goed. Maar vaak zijn deze moeders nog helemaal niet in beeld. Daar moeten we de focus op leggen.”
Een van de informele instanties die vrouwen in een afhankelijke positie al vroeg in beeld heeft, is Nisa for Nisa. Vrouwen voor Vrouwen. De organisatie houdt zich bezig met het zelfstandig en weerbaar maken van voornamelijk Marokkaanse vrouwen. Vrouwen die vaak naar Nederland zijn gekomen als importbruid. Directeur Mimoent el Fakih: “Deze vrouwen zijn heel afhankelijk van hun partner en zitten vaak in een zeer kwetsbare situatie. De taalbarrière is voor hen echt een groot probleem. Maar dat is óók de ingang waarmee we hen op een veilige manier naar ons toekrijgen. We hebben inmiddels zes volle taalklassen, gegeven door vrijwilligers.”
Naarmate de vrouwen langer bij Nisa for Nisa zijn, durven ze bij een vertrouwenspersoon hun verhaal te doen, legt El Fakih uit. “Dan blijkt dat er hulpverlening en een veilig thuis voor deze groep nodig is. We verwijzen hen door naar formele instanties, want wij kunnen dat zelf niet faciliteren. Veel zwangere vrouwen zijn zo angstig dat ze zich niet bewust zijn van het feit dat er een kind in hen groeit. Vaak zijn ze toevallig zwanger geraakt, of is er sprake van verkrachting binnen het huwelijk. Ze hebben heel andere zorgen die om voorrang vragen. We lichten de vrouwen door middel van psycho-educatie voor. Wat betekent het om zwanger te zijn en spanningen te hebben, hoe voed je een kind op?” Wat wil Nisa for Nisa de aanwezigen meegeven? El Fakih: “Het belang van de vertrouwenspersonen in het veld is zo belangrijk. Ik moet soms organisaties overtuigen over de onveilige situatie waarin een vrouw verkeert. Neem de expertise van informele organisaties serieus.”
De organisaties zijn geïnspireerd door het verhaal van Nisa for Nisa. Wat nemen zij mee naar hun eigen werk? Een beleidsmedewerker: “Het is belangrijk om alle organisaties in kaart te brengen en ook scholen betrekken. We moeten weten wie er rond gezinnen actief zijn. Ook de (jeugd)verpleegkundigen zien kansen. “Wij willen tijdens een huisbezoek Nisa for Nisa onder de aandacht brengen van vrouwen van wie we denken dat ze een risico lopen. En we moeten echt de wijk in, naar informele partners toegaan, onszelf zichtbaar maken.” Jeugdartsen onderschrijven dit: “Het grootste punt is dat we elkaar nog steeds niet goed kunnen vinden. Naar wie kunnen bijvoorbeeld verloskundigen, die in de eerste lijn zitten, goed doorverwijzen? Daarover moeten we met elkaar in gesprek.”
Andere organisaties geven aan dat het jammer is dat de sociale kaart niet beschikbaar of vindbaar is. Het zou mooi zijn als de kaart online beschikbaar komt en mensen online ook vragen kunnen stellen. Ook de taalbarrière voor deze vrouwen zien zij als een grote uitdaging. De tolkentelefoon zou behulpzaam kunnen zijn, én er moet meer diversiteit komen op de werkvloer. Een deelnemer: “Dan kan een vrouw in de eigen taal een gesprek voeren en gaat zij echt iemand vertrouwen.”
‘Heb geduld’ is een onderzoek van de VU Amsterdam over de betekenis van het afhankelijk verblijfsrecht in het dagelijks leven van huwelijksmigranten en hun partners.
Eline Arisse, team ED:
“Zelf ben ik ervaringsdeskundige, kind van een ouder met psychische problemen. Ik onderschrijf het belang van psycho-educatie en preventie. Zo kun je kwetsbare vrouwen leren wat gezond gedrag is, ze weerbaar maken. Ik kan daar vanuit mijn rol als ervaringsdeskundige aan bijdragen. Ik weet wat het is om gevoel van onveiligheid te ervaren, herken bepaald gedrag. Over sommige zaken moeten we de stilte doorbreken. Zo moeten we niet onderschatten wat verkrachting binnen het huwelijk voor gevolgen heeft voor een vrouw. Dat trauma komt bij een bevalling vaak heel sterk naar voren. Zelf heb ik een doula tijdens mijn bevalling in de arm genomen, dat hielp mij enorm. Dat soort adviezen wil ik deze kwetsbare vrouwen graag geven.”
Deze website is gemaakt in opdracht van GGD Amsterdam.
Teksten: Karlijn Broekhuizen, Marijn Kramp en Robin Ouwerkerk
Eindredactie: Karlijn Broekhuizen
Fotografie: Sanne Couprie
Vormgeving en techniek: Lisanne Gottenbos