Colofon
Deze website is gemaakt in opdracht van GGD Amsterdam.
Teksten: Karlijn Broekhuizen, Marijn Kramp en Robin Ouwerkerk
Eindredactie: Karlijn Broekhuizen
Fotografie: Sanne Couprie
Vormgeving en techniek: Lisanne Gottenbos
Maak kennis met Christel. Als meisje van elf jaar hield ze een dagboek bij over haar moeder met psychische problemen. In die tijd nam ze de ouderrol op zich. Nu, als jongvolwassene leest ze voor uit haar dagboek, op film vastgelegd. Een fragment. “Overal lijkt het alsof ik me sterk moet houden. Op momenten dat ik alleen ben, word ik heel verdrietig. Ik ben moe van alles en bang voor de toekomst. Ik wil er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ik geen psychische ziekte krijg. Ik ga nu naar boven om mama uit bed te krijgen.”
Er zijn veel meer kinderen zoals Christel. In Nederland hebben jaarlijks 900.000 kinderen onder de achttien jaar een ouder met psychische problemen (KOPP) of een verslavingsprobleem (KOV). 664.000 kinderen zijn onder de twaalf jaar. En dan hebben we over een ondergrens: het gaat hierbij alleen om ouders die zijn gediagnostiseerd; veel ziektebeelden zijn niet in deze cijfers meegenomen.
Jochen Starreveld en Mariëlle Benic werken bij Arkin Preventie Jeugd. Zij stellen dat het belangrijk is dat er bij de ggz-behandeling van de ouders over de kinderen wordt gepraat. Starreveld: “Uit onderzoek blijkt dat de mate waarin ouders met psychische aandoeningen hun ouderrol kunnen vervullen van invloed is op hun herstel. Als ouders zich minder zorgen maken over of ze hun ouderrol goed invullen, dan herstellen ze beter. Mensen zijn niet alleen cliënt, ze zijn ook ouder en partner. Ze weten heel goed dat als zij ergens last van hebben, dat doorwerkt bij de kinderen of partner.”
De deelnemers aan de KOPP/KOV-sessie tijdens de Week van de Gezonde en Kansrijke Start moeten over een lijn stappen als er tijdens hun jeugd stress of spanningen zijn geweest in het gezin. Dat blijken er best veel. Ze moeten ook over de lijn stappen als ze het moeilijk vinden om met volwassenen met ggz-problematiek te praten over kinderen. Dat zijn er minder. Misschien omdat de professionals in de zaal zich vooral richten op het heel jonge kind.
De volgende vraag is wie weet wat de ‘kindcheck’ is. “Bij de start van de behandeling in de volwassen-ggz moet de behandelaar altijd vragen of er kinderen in het spel zijn. En wie de zorg heeft voor de kinderen op het moment dat de volwassene in behandeling is. Dat heet de kindcheck”, vertelt Starreveld. “Er is nu meer oog voor het gezin of de naasten dan een paar jaar geleden. Maar er is nog veel te winnen. Want je kunt het wel vragen, maar er moet ook iets worden gedaan met het antwoord.”
Starreveld en Benic richten zich met Arkin op preventie. Benic: “Kinderen die een ouder hebben met psychische problemen of verslavingsproblematiek hebben een veel groter risico om zelf psychische problemen te krijgen of een verslaving te ontwikkelen. Daarnaast doen ze doen vijf keer vaker een beroep op gespecialiseerde Jeugd-ggz.”
Werken aan preventie doen ze onder meer door behandelaren in de volwassen-ggz mee te geven waarom het goed is dat ouders over hun psychische aandoening praten met kinderen.
Starreveld: “Voor veel ouders is het lastig om het gesprek met hun kind of kinderen aan te gaan. Ze willen hun kind niet te veel zorgen meegeven. Maar het geven van open en eerlijke informatie kan voorkomen dat een kind gaat piekeren, zich schuldig voelt of een eigen verklaring bedenkt.” Desgewenst helpen Benic en Starreveld bij het voorbereiden van zo’n gesprek, of schuiven ze aan.
Ze benadrukken dat wat ze bij Arkin Preventie Jeugd doen losstaat van de medische behandeling van de ouder. “Wij proberen alle ouders die binnen de volwassen-ggz binnenkomen te ondersteunen. We hebben een soort coachende rol. Maar we mogen niet in medische dossiers kijken. We maken geen aantekeningen die een plek krijgen in die dossiers. We voeren enkel gesprekken die zijn gericht op preventie.”
Binnen Jellinek (verslavingszorg) en Novarum (eetproblematiek) verzorgt Arkin de cursus ‘Opvoeden als je niet lekker in je vel zit’. Ook voor kinderen en jongeren van 0 tot 25 jaar zijn er cursussen en bijeenkomsten. Dit aanbod is kosteloos en er wordt geen dossier opgebouwd. Ouders hoeven hiervoor niet bij Arkin in behandeling te zijn. Dit geldt overigens ook voor de adviesgesprekken.
Benic: “Voor kinderen vanaf acht jaar komt bij een van de bijeenkomsten ‘een praatdokter’ langs. In deze bijeenkomst beantwoordt een psychiater van Arkin vragen van kinderen en jongeren over hun thuissituatie. En die vragen gaan soms best diep: Van ‘kan het mijn schuld zijn dat mijn ouder ziek is?’ tot ‘Moet ik thuisblijven om te helpen?’. En van ‘Is het goed dat ik geboren ben?’ tot ‘Kan de ziekte weg?’.
Starreveld: “Dergelijke vragen kunnen allemaal rondspoken in het hoofd van een kind met ouders met psychische problemen. Bovendien geldt: hoe jonger het kind, hoe kwetsbaarder het is. Geen enkele ouder wil dat zijn of haar kind met dit soort vragen rondloopt. Daarop moeten we inspelen, zodat ouders én kinderen er zo goed mogelijk mee kunnen omgaan.”
Deze website is gemaakt in opdracht van GGD Amsterdam.
Teksten: Karlijn Broekhuizen, Marijn Kramp en Robin Ouwerkerk
Eindredactie: Karlijn Broekhuizen
Fotografie: Sanne Couprie
Vormgeving en techniek: Lisanne Gottenbos